menu
menu

mobiliteitswensen

Oud geleerd en jong gedaan - 6 lessen van Gerard van Kesteren aan de volgende generatie

Mirjam de Bok studeerde in 2020 af bij Mobycon. Zij verdiepte zich in de wereld van het openbaar vervoer. In een van de opdrachten waar zij daarnaast aan werkte, leerde ze Gerard van Kesteren kennen. Een bekende naam in de wereld van het openbaar vervoer, met onder andere de jaarlijkse Staat van het regionaal openbaar vervoer op zijn naam.

Mirjam is inmiddels werkzaam als adviseur mobiliteit bij Mobycon. Daar houdt ze zich onder andere bezig met het onderwerp flexibel en inclusief vervoer in samenwerking met Forseti. In dit artikel vraagt Mirjam, met behulp van een aantal stellingen, Gerard vlak voor zijn pensioen nog om laatste lessen uit zijn loopbaan die ze mee kan nemen naar de toekomst van het openbaar vervoer.

Gerard van Kesteren is van oorsprong planoloog en via diverse andere functies kwam hij bij CROW KpVV terecht. Daar hield hij zich als senior projectmanager de afgelopen twaalf jaar onder andere bezig met de OV-klantenbarometer, duurzaam ov en aanbestedingen van ov-concessies.

Vroeger hadden we geen apps nodig

We hebben in Utrecht afgesproken op de ov-campus van CROW-KpVV en DOVA, een thuiswedstrijd voor Gerard. We komen allebei met het openbaar vervoer. Door de Formule 1-drukte in Zandvoort, waar Gerard woont, loopt alles iets anders dan normaal, dus hij moet creatief zijn in het plannen van zijn reis. Ik kom vanuit Nijmegen. Zelf gebruik ik graag de NS-app en de app van 9292ov om mijn reis te plannen. Ik vraag me af of hoe Gerard zijn reis met het openbaar vervoer plant. En hoe deed hij dit vroeger?

“Als we vroeger al voor het werk moesten reizen, dan was het vaak hetzelfde traject. Op een gegeven moment kende je die dienstregeling wel uit je hoofd. Alle andere reizen plande je met een spoorboekje. Die kon je kopen bij het loket van het station.

Tegenwoordig reizen we veel meer, de algehele mobiliteit is flink toegenomen en apps maken het wel heel makkelijk om de reis met het ov te plannen.

Waar veel mensen hun reizen plannen met de NS-app en 9292ov, gebruik ik liever ‘Rijden de Treinen’ en OVinfo (Apple of Android).”

De marktwerking was zo gek nog niet

In de media lees je regelmatig dat de marktwerking in het openbaar vervoer te ver is doorgeslagen. ‘Overheid moet de regie nemen in openbaar vervoer’ en ‘Marktwerking heeft gefaald, maak OV weer publiek’ lees je dan. Maar is dat wel zo? Hoe kijkt Gerard hier tegenaan?

“In ’95 en ’96 zag je gemeenten en later ook provincies die zich door de decentralisatie verantwoordelijk voelden voor hun taak. Die gingen dus echt inhoudelijk sturen. De decentralisatie was volgens mij veel belangrijker dan de marktwerking die daarop volgde.

De marktwerking was noodzakelijk, maar zorgt soms wel voor negatieve prikkels die we niet hadden voorzien en ook nooit hadden gewild. De aanbestedingen leidden vaak ongewild tot ‘zo goedkoop mogelijk’, terwijl de opdrachtgever juist de nadruk wil leggen op kwaliteit.

Tóch zorgt die marktwerking voor een samenspel tussen vervoerder en opdrachtgever dat stiekem heel goed werkt. Vroeger gingen wij altijd in het buitenland kijken om te leren hoe het beter kon. Tegenwoordig komen buitenlanders naar Nederland om te kijken hoe goed wij het voor elkaar hebben. En dat is voor een belangrijk deel te danken aan de decentralisatie en marktwerking. Maar ook aan de samenwerking die nu onder meer via DOVA en CROW-KpVV tot stand wordt gebracht.”

Van een ov-concessie naar mobiliteitsconcessie

Ik geloof in de flexibiliteit van een zogenaamde mobiliteitsconcessie. Het belangrijkste is namelijk dat je van a naar b kunt komen. Je hoort steeds meer over dit soort bredere concessies, waarbinnen bijvoorbeeld ook deelmobiliteit een plekje krijgt. Ik vraag me wel af of de huidige vervoerders de kennis in huis hebben voor het uitvoeren van een dergelijke mobiliteitsconcessie. Of gaan we dan weer werken met een overvloed aan subcontractors?

“De meningen over de mobiliteitsconcessie zijn erg verdeeld. Ik ben van mening dat we moeten blijven doen waar we goed in zijn en dat is in ons geval het bieden van openbaar vervoer. Zet daarom in je programma van eisen welke verbindingen er in ieder geval moeten zijn en dan is het vervolgens aan de vervoerder hoe dat in te vullen.

De vervoerder vindt het ook leuk om op die manier te werken, die wil graag geprikkeld worden en meedenken.”

MaaS is zeg maar niet mijn ding

Het lijkt mij superhandig als ik alle aanbieders terugvindt in één app. Dan kan ik zowel het openbaar vervoer als de ov-fiets en andere vormen via dezelfde weg plannen en boeken, zonder overal een aparte app voor te installeren. Er wordt al jaren over gesproken, maar tot nu toe komt Mobility as a Service nog niet echt van de grond, terwijl er wel veel om te doen is. Is het een hype of is het zelfs al achterhaald?

“Ik heb MaaS zien gebeuren, maar ook bewust tegen mijn team gezegd dat ik me daar niet mee bezig ga houden. 95% van de reizen hebben we al een keer gemaakt en voor die reizen weten we echt wel waar alles staat en wat er mogelijk is. Dit is meer iets voor de jongere generatie.

Ik hoop dat het geen hype is en dat jij je zin krijgt zodat je alle vormen van mobiliteit kunt regelen met één app. Maar dan moeten er niet weer tien verschillende apps ontstaan. Wat de ontwikkeling ook zal zijn, het moet gebeuren met de reiziger in het achterhoofd. Het moet het leven van de reiziger makkelijker maken om van a naar b te reizen.

Eigenlijk durf ik geen voorspellingen te doen zo aan het einde van mijn loopbaan, maar toch vermoed ik dat het nooit heel groot zal worden. Ik heb namelijk de indruk dat degenen die echt gebruik gaan maken van MaaS, de ‘happy few’ zijn. De grote massa heeft er namelijk geen geld voor over om de reis deels met de taxi of deelscooter te maken.”

Innoveren om het innoveren

MaaS is een ontwikkeling die al een aantal jaren aan de gang is en in steeds meer concessies krijgt innovatie een belangrijke rol. Zijn er volgens jou nog bepaalde ontwikkelingen of innovaties die we de komende jaren écht in de gaten moeten houden?

“Innoveren is een sexy begrip. Innoveren lijkt ook vaak om het innoveren te gaan. Ik noem mezelf niet per se conservatief, maar als het werkt, dan werkt het. 

In Londen was ik een paar jaar geleden erg onder de indruk. Daar werden we door Transport for Londen ontvangen. Door alle data die ze daar verzamelen te combineren konden ze reizigers goed op de hoogte houden. Reizigers die frequent gebruik maakten van een bepaalde metrolijn kregen bijvoorbeeld een pushbericht als er iets met de lijn mis is, een stremming bijvoorbeeld.

Je hoeft dus niet naar Rijden de Treinen te gaan, je krijgt een melding, want het is bekend dat je regelmatig gebruik maakt van dat traject.”

Wat verandert nooit in het openbaar vervoer?

Dus als het werkt, dan werkt het. We moeten niet innoveren om het innoveren. Maar wat zal uiteindelijk nooit veranderen in het openbaar vervoer? Wat is er tijdens jouw loopbaan altijd hetzelfde gebleven en zal volgens jou ook altijd hetzelfde blijven?

“Ten eerste zal het openbaar vervoer voor iedereen blijven, dat moet ook zo blijven. Het openbaar vervoer zal ook altijd van a naar b gaan en weer terug. Het bundelt individuele verplaatsingsbehoeftes en dat maakt het efficient en duurzaam. Dat blijft de kern. Reisinformatie zal ook altijd blijven, in welke vorm dan ook. Hetzelfde geldt voor de vaste frequenties.

Ik heb veel zien veranderen tijdens mijn loopbaan, maar dit zijn volgens mij wel de belangrijkste dingen die nooit zullen veranderen.”

Een welverdiend pensioen

Tijdens de HOV-middag van het CROW-KpVV op 14 oktober, die in het teken stond van hoogwaardig openbaar vervoer, nam Gerard afscheid van zijn collega’s in de wereld van mobiliteit. Hij gaat van zijn welverdiende pensioen genieten. 

En ik? Ik blijf werkzaam in de wereld van mobiliteit en zal mede dankzij het dikke boekwerk waar Gerard aan werkte ‘Berigt aan den Heeren Reizigers – 400 jaar openbaar vervoer in Nederland’ ook nog lang niet uitgelezen zijn over de wereld van het openbaar vervoer. 

Mirjam de Bok

‘De invloed van mobiliteit op onze samenleving is ontzettend groot. Ik vind dat niet het blik maar de mens centraal moet staan wanneer we ons bezig houden met de inrichting van openbare ruimte en vormgeving van mobiliteitsbeleid. Daarom streef ik ernaar om mobiliteitsvraagstukken integraal te benaderen én oog te houden voor de menselijke factor. Zo komen we tot een samenleving die minder afhankelijk is van de auto.’

Adviseur mobiliteit
m.debok@mobycon.nl
(06) 12 58 55 82

Gerelateerd