menu
menu

fiets / fietscultuur / Fietsen / Fietslessen / fietsvaardigheid / Gedragsverandering / Mobiliteitskeuze / veilige fietsroutes / Verkeerseducatie / Verkeersveiligheid / Wegontwerp

Fietsen; jong geleerd, oud gedaan!

In de afgelopen weken werd ik getriggerd door een artikel in Die Zeit en een artikel in de Volkskrant over kinderen en hun fietsvaardigheid. De aanleiding van het Duitse artikel is dat er zich een drama op de Duitse wegen afspeelt. Bijna 10.000 kinderen tussen 6 en 15 jaar hadden in 2019 te maken met een ongeval op de fiets. Het artikel “Ab wann kann ein Kind mit dem Rad zur Schule fahren?” in die Zeit legt uit dat de meeste van deze ongevallen voor 9 uur ’s ochtends of na 3 uur ’s middags plaatsvonden. Dit zijn typisch de tijdstippen dat kinderen onderweg zijn van en naar school.

Het is afschuwelijk dat zoveel kinderen in Duitsland betrokken zijn bij fietsongevallen en het is goed dat er media-aandacht voor dit drama is. In het artikel wordt er echter met een beperkte blik naar het drama gekeken. Mijn eerste probleem met het artikel is de beperkte beantwoording van de centrale vraag vanaf welke leeftijd een kind rijp is om naar school te fietsen. Martin Kraft van de Deutsche Verkeerswacht geeft aan dat kinderen op zijn vroegst met 8 jaar rijp genoeg zijn om alle benodigde vaardigheden te hebben om naar school te fietsen. Verderop in het artikel is te lezen dat 14% van de kinderen in Duitsland, in hun vierde jaar van de basisschool (ongeveer 9 jaar oud) nog grote problemen hebben met basale fietsvaardigheden. Er wordt een link gelegd met de huidige leefstijl van jonge gezinnen (met name in de steden), waardoor kinderen geen ruimte meer hebben om te leren fietsen. Het ontbreken van de kans om thuis en met de ouders te fietsen zou volgens Kraft moeten worden goedgemaakt met fietslessen op de basisschool. Dit klinkt als een sympathiek idee, maar het is niet realistisch. Om kinderen fietsvaardiger te maken is het nodig dat zij kilometers maken op de fiets. Op school is er simpelweg niet voldoende tijd en capaciteit om dat te realiseren. Wat er wel nodig is, is dat kinderen van kleins af aan door de ouders meegenomen worden op de fiets. Naar de winkel, naar het kinderdagverblijf, naar het park.

In de wekelijkse bijdrage van Anna van den Breemer in de Volkskrant van afgelopen 21 januari, stond een soortgelijke vraag centraal “Wanneer kan een kind alleen naar school fietsen?” Hier is er bij de beantwoording van de vraag gelukkig aandacht voor het feit dat kinderen in verschillende leeftijdsfasen verschillende mogelijkheden hebben. Verder wordt er aandacht besteed aan het feit dat het belangrijk is dat ouders samen met hun kind fietsen, vanaf jonge leeftijd, zodat de benodigde fietskilometers gemaakt worden. De tijd die nodig is om kinderen te begeleiden en aan te moedigen bij het leren fietsen komt ook aan bod. Waarbij vervolgens ook in dit artikel een link gelegd wordt met de leefstijl van jonge gezinnen. De logistiek van kinderen brengen en halen en de reis naar het werk, die het gemakkelijkst met de auto te organiseren is, zou een belangrijke reden zijn om de auto te pakken.

Mijn tweede probleem met het Duitse artikel, is dat ik me afvraag waarom er niet dieper in wordt gegaan op de vraag hoe het komt dat kinderen in Duitsland niet veilig zijn op de fiets. Wat zijn de onderliggende oorzaken hiervan? Natuurlijk zou één van de onderliggende oorzaken kunnen zijn dat kinderen in Duitsland tegenwoordig minder vaardig zijn op de fiets, dan dat hun leeftijdgenoten tien, twintig, dertig jaar geleden waren. Het is echter noodzakelijk om dit in verband te brengen met andere oorzaken zoals het steeds drukkere en snellere verkeer met steeds grotere auto’s én het gebrek aan veilige gescheiden fietspaden, veilige kruispunten en oversteken. In Duitsland leeft bij velen het hardnekkige idee dat wit geschilderde strepen op de weg, de zogeheten ‘schutzstreifen’, mensen op de fiets zouden kunnen beschermen tegen snel rijdend gemotoriseerd verkeer. De veronderstelling dat kinderen onder die condities veilig kunnen fietsen, als ze maar fietsvaardig zijn, zal snel van tafel moeten.

Hoewel de opvoedrubriek van Anna van den Breemer wel aandacht besteedt aan de verkeersveiligheid, wordt er wat mij betreft ook in dit artikel met een beperkte blik naar dit vraagstuk gekeken. Waarom wordt het vanzelfsprekend gevonden dat sommige kinderen eerder veilig zelfstandig naar school kunnen fietsen, dan andere kinderen, op basis van de plek waar ze wonen? Waarom hebben niet alle kinderen (en hun ouders) recht op een veilige ruimte, die de gelegenheid biedt om te oefenen? Recht op plekken waar kinderen fouten kunnen maken, zonder dat deze direct fataal aflopen; waar spelenderwijs geoefend kan worden met weinig verkeer? Verder moet er in iedere wijk ruimte zijn op straat voor ouders om samen met hun kind in het verkeer te oefenen; van rustig verkeer, naar steeds drukker verkeer. Daar waar het druk is horen gescheiden fietspaden te zijn en waar het rustig is, kan de weg gedeeld worden met lage snelheden. In het Duitse geval zou het ook nog enorm helpen als daar de verkeersregel afgeschaft wordt dat je niet naast elkaar mag fietsen. Door naast elkaar te fietsen als ouder en kind kan de ouder gemakkelijk instructie geven, ingrijpen wanneer er niet op tijd geremd wordt en dienen als een buffer tegen langskomend verkeer (dit zijn zowel snelle fietsers als gemotoriseerd verkeer).

Vanaf welke leeftijd een kind naar school kan fietsen? Dat kan op alle leeftijden! Het ene kind zal op de fiets meekomen in een kinderstoeltje op de fiets van de ouders; een andere rijdt mee in de bakfiets; een volgende rijdt op de eigen fiets naast een begeleider; en weer een ander kind kan alleen naar school fietsen. Wat alle kinderen en ouders in Nederland, Duitsland en daarbuiten nodig hebben, zijn plekken om te oefenen en straten en kruispunten waar je zonder gevaar voor je leven met de fiets kunt rijden.

Deze blog is ook te lezen in Biind, een uitgave van Acquire Publishing.

Angela van der Kloof

‘Stimuleren van het gebruik van de fiets is een mooi instrument om bereikbaarheidsdoelstellingen te halen en tegelijkertijd bij te dragen aan gezondheid, participatie en de kwaliteit van de leefomgeving.’

Senior adviseur duurzame mobiliteit, fietseducatie & -gedrag
a.vanderkloof@mobycon.nl
(06) 333 056 28

Gerelateerd