De kern van onze methode is de balansoefening op twee assen: de grote lijn versus de details én voelbaar versus meetbaar. Om tot een succesvol en gedragen ontwerp te komen, heb je al deze ingrediënten nodig.
Er is meer dan de stoeptegel
We komen het vaak tegen in participatieprocessen: de stoeptegel. Veel inwoners uiten hun zorgen over het gebruik van een weg door te focussen op details. Denk aan een oversteek die onprettig is, een rotonde die onveilig voelt, een trottoir dat scheef ligt. Volstrekt logisch omdat dit de dagelijkse omgeving is van mensen. Zij weten het beste hoe het er werkt. De uitdaging zit erin om inwoners ook mee te nemen in de grote lijn. Wat is het hogere doel van een herinrichting? Wat wil je echt bereiken met de plek? Zo balanseer je in de dialoog met inwoners telkens tussen het hogere doel en de details in een ontwerp.
Beleven en meten
Als we het hebben over verkeer dat door straten rijdt, willen we vaak in cijfers uitdrukken hoe het ervoor staat. Hoeveel auto’s passeren er, wat is de parkeerdruk, hoe vaak gebeuren er ongevallen? Door dit soort zaken te meten, kunnen we een beargumenteerd oordeel vormen. In onze aanpak merkten we dat voelen een belangrijke tegenhanger is van meten. Je wil inwoners ook op hun gevoel aanspreken. Hoe beleven ze de straat nu en hoe zouden ze het willen beleven? Dit zorgt ervoor dat je het niet alleen maar over het verkeer hebt maar ook over de waarde van de plek.
Een kwestie van balanceren
In ons Wegen naar Welzijn project in Deventer balanceerden we constant op deze twee assen. De kunst is om op het juiste moment in de behoefte te voorzien van inwoners en andere stakeholders. Lees in onze publicatie hoe we dat aanpakten of kijk binnenkort de webinar die we opnamen om onze methode te delen.
Zoek je ondersteuning bij jouw eigen bewonersinitiatief of bij het faciliteren van een bewonersinitiatief in de gemeente waar je werkt, neem dan eens contact op met Otto Cazemier of Babet Hendriks. Succesvol STOMP uitwerken op stadsentrees