gedrag & participatie / GOW30 / handhaving / infrastructuur / stedelijke ruimte / verkeersveiligheid / weginrichting

30-km beleid groeit, maar een bord alleen is niet genoeg

Marc Schenk was zondagavond (15 maart ’26) te zien in het 18 & 20-uur NOS journaal, waar hij de problematiek rond 30-km-wegen verder toelichtte. In de uitzending ging hij in op de spanning tussen verkeersveiligheid en handhaving en benadrukte dat duidelijke inrichting van wegen cruciaal is om automobilisten daadwerkelijk langzamer te laten rijden.

Steeds meer gemeenten verlagen de maximumsnelheid op stedelijke wegen van 50 naar 30 kilometer per uur om de verkeersveiligheid te verbeteren. In de praktijk blijkt het lastig om hardrijders daadwerkelijk te beboeten. Gemeenten lopen daarbij tegen regels en beperkte handhavingsmogelijkheden aan, wat leidt tot groeiende frustratie.

Daarbij is het aantal flitspalen op 30-km-wegen nog beperkt. En blijven automobilisten op veel plekken harder rijden dan is toegestaan. Ook bewoners klagen regelmatig over onveilige situaties en vragen om strengere controle.

In Amsterdam speelt dit probleem nadrukkelijk. Volgens de verkeerswethouder blijven automobilisten op sommige wegen structureel te hard rijden. Bewoners spreken zelfs van een ‘racebaan’. Toch is het voor de gemeente niet eenvoudig om extra flitspalen te plaatsen. Daarvoor moet toestemming worden verkregen van het Openbaar Ministerie (OM) met de daarbij behorende strikte voorwaarden.

Weginrichting belangrijk

Een belangrijke eis is dat een weg een geloofwaardige uitstraling moet hebben als 30-km/u weg. Dat betekent onder meer verkeersdrempels, versmallingen en vaak een andere wegverharding, zoals klinkers in plaats van asfalt. Volgens gemeenten zijn zulke aanpassingen op grote schaal echter duur en soms praktisch moeilijk uitvoerbaar.

Marc schreef, samen met collega Alex Roedoe, mee aan de landelijke richtlijnen voor inrichting van 30-km-wegen waar een verblijfsfunctie en verkeersfunctie gecombineerd worden en hij begrijpt deze problemen. Alleen een verkeersbord plaatsen werkt namelijk niet, een weg moet er ook uitzien voor de snelheid die erop geldt. Als automobilisten massaal harder rijden, dan straalt de weg die snelheid blijkbaar niet uit.

Geloofwaardigheid en handhaving

Die geloofwaardigheid speelt ook een rol bij handhaving. Wanneer een weg niet duidelijk als 30-km-zone is ingericht, kunnen automobilisten een boete makkelijker aanvechten. Dat leidt tot extra bezwaarprocedures en druk op de handhavende instanties.

Volgens Marc is het dan ook beter om te kiezen voor een maximumsnelheid van 30 km/u binnen de bebouwde kom als standaard. Hier kan vervolgens beargumenteerd vanaf geweken worden, mits de weginrichting dit veilig kan faciliteren. Zie het als omgekeerde bewijslast, waarbij wordt aangetoond dat 50 km/u een geloofwaardige en veilige snelheid is.

Gerelateerd

gedrag & participatie / GOW30 / handhaving / infrastructuur / stedelijke ruimte / verkeersveiligheid / weginrichting

Haarlem kiest voor 30km/u

Haarlem heeft het tempo verlaagd. Geen losse maatregel, maar een duidelijke stap in de mobiliteitstransitie: minder ruimte voor de auto en meer voor openbaar vervoer, fietsers en voetgangers.