Druk verkeer door een dorpskern roept al snel vragen op. Hoeveel verkeer heeft daadwerkelijk een bestemming in het dorp? Welk deel rijdt er alleen doorheen? En welke routes worden daarvoor gebruikt? Alleen voertuigen tellen geeft daar niet altijd voldoende antwoord op.
Daarom voerden we recent twee uitgebreide verkeersonderzoeken uit in Oirschot en Moergestel en in Moordrecht. Daarbij maakten we gebruik van ANPR-camera’s om verkeersstromen nauwkeurig in kaart te brengen.
In Oirschot en Moergestel onderzochten we voor de gemeenten Oisterwijk en Oirschot het doorgaande verkeer in en tussen beide kernen. Aanleiding was de behoefte aan meer inzicht in de omvang, samenstelling en routes van het verkeer en de mogelijke relatie met de nabijgelegen A58. Hiervoor plaatsten we op tien strategische locaties ANPR-camera’s. Deze registreerden gedurende de onderzoeksperiode 24 uur per dag passerende voertuigen.
Ook in Moordrecht stond de vraag centraal hoeveel verkeer daadwerkelijk een herkomst of bestemming in het dorp heeft en hoeveel verkeer de kern alleen doorkruist. Daar plaatsten we elf ANPR-camera’s. Op aanvullende locaties werden mechanische verkeerstellingen uitgevoerd, waarmee ook verkeersintensiteiten en snelheden in beeld zijn gebracht.
De kracht van een ANPR-onderzoek zit vooral in de nauwkeurigheid waarmee verkeersstromen kunnen worden gereconstrueerd. Een traditionele verkeerstelling vertelt hoeveel voertuigen langs een bepaald punt komen. Met ANPR kunnen registraties van verschillende meetpunten met elkaar worden vergeleken op basis van kenteken, tijd en locatie. Zo wordt zichtbaar of een voertuig slechts bij één meetpunt voorkomt of binnen een vastgestelde tijd ook bij een ander meetpunt wordt geregistreerd. Daarmee kan onderscheid worden gemaakt tussen doorgaand verkeer en herkomst- en bestemmingsverkeer.
Door meerdere camera’s slim rondom en binnen een kern te plaatsen, ontstaat bovendien inzicht in de routes die voertuigen daadwerkelijk rijden. In het onderzoek bij Oirschot en Moergestel konden we daardoor ook verkeersbewegingen tussen de twee kernen onderzoeken. In Moordrecht zijn extra tussenpunten gebruikt om routes binnen de kern nader te bepalen.
Dat detailniveau is belangrijk. Een weg kan druk aanvoelen, maar dat betekent niet automatisch dat al dat verkeer doorgaand verkeer is. Andersom kan een route juist aantrekkelijk blijken voor verkeer dat eigenlijk geen bestemming in de kern heeft. Met een ANPR-onderzoek wordt zo’n verkeersbeeld objectief onderbouwd.
De onderzoeken in Oirschot, Moergestel en Moordrecht laten zien hoe we met gerichte metingen verder kunnen kijken dan alleen verkeersintensiteiten. We brengen niet alleen in beeld hoeveel verkeer er rijdt, maar ook waar het vandaan komt, waar het naartoe rijdt en welke route het kiest. In combinatie met informatie over voertuigtypen en aanvullende verkeerstellingen ontstaat zo een gedetailleerd beeld van het gebruik van het lokale wegennet.
Deze informatie geeft gemeenten een feitelijke basis om verder te kijken naar vraagstukken rondom bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid, zonder direct vooruit te lopen op mogelijke maatregelen. Zo vormt een nauwkeurige meting de basis voor goed onderbouwde verkeerskundige keuzes.