Wenen geldt al jaren als een voorbeeldstad op het gebied van openbaar vervoer en geïntegreerde mobiliteit. Reden genoeg voor een groep enthousiaste publieke mobiliteitsexperts om met collega’s van Forseti & Mobycon af te reizen naar de Oostenrijkse hoofdstad.
Met bezoeken aan verschillende organisaties en projecten onderzochten we hoe Wenen openbaar vervoer, deelmobiliteit en mobiliteitsbeleid succesvol met elkaar verbindt. De reis leverde volop inspiratie op voor de verdere ontwikkeling van publieke mobiliteit in Nederland.
De studiereis begon bij de Verkehrsverbund Ost-Region (VOR), de organisatie die verantwoordelijk is voor de integratie van tarieven en dienstverlening van het openbaar vervoer in Wenen en de omliggende deelstaten Burgenland en Neder-Oostenrijk.
Wat direct opviel, is de kracht van de regionale samenwerking. Dankzij een gezamenlijk georganiseerd ov-systeem kunnen reizigers rekenen op een hoogwaardig en frequent aanbod, niet alleen in de stad maar ook in kleinere dorpen en landelijke gebieden. Slim ingerichte datasystemen op nationaal niveau zorgen daarbij voor betrouwbare reisinformatie en een gebruiksvriendelijke reizigerservaring.
Bij Wiener Linien maakten we kennis met de brede mobiliteitsaanpak van de stad. Naast metro, tram en bus beheert de vervoerder ook deelfietsen, deelauto’s, mobiliteitshubs en de WienMobil-app.
Die integrale benadering maakt deelmobiliteit een logisch onderdeel van het openbaar vervoerssysteem. Reizigers vinden verschillende vervoermiddelen op één plek en kunnen hun reis eenvoudig combineren. Hoewel het gebruik van deelmobiliteit nog relatief beperkt is, laat Wenen zien hoe een samenhangend aanbod de drempel voor duurzame mobiliteitskeuzes kan verlagen.
Op de tweede dag stond een bezoek aan Wiener Lokalbahnen Verkehrsdienste op het programma. Dit bedrijf verzorgt onder meer leerlingenvervoer, vervoer voor mensen met een beperking en vraagafhankelijk vervoer.
Interessant was dat de verschillende vervoervormen grotendeels worden uitgevoerd met eigen voertuigen en specifieke groepen chauffeurs. De integratie tussen deze diensten is daardoor nog beperkt. Juist op dit vlak biedt de Nederlandse praktijk interessante aanknopingspunten. Waar Wenen vooroploopt in de samenhang tussen ov en deelmobiliteit, lijken we in Nederland verder te zijn met het verbinden van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer.
Een ander hoogtepunt was het bezoek aan Aspern Seestadt, een van de grootste stedelijke ontwikkelingsgebieden van Europa. De wijk wordt ontworpen vanuit het principe dat lopen, fietsen en openbaar vervoer de basis vormen voor dagelijkse verplaatsingen.
Met een uitstekend ov-aanbod, veel deelmobiliteit en een restrictief parkeerbeleid wordt het bezit en gebruik van de privéauto bewust ontmoedigd. Een veelbelovende aanpak die laat zien hoe mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling hand in hand kunnen gaan. Tegelijkertijd riep de wijk ook discussie op: het relatief stenige karakter maakt dat er nog kansen liggen om de leefkwaliteit verder te vergroten met meer groen.
De studiereis werd afgesloten met een mobiliteitssafari. In kleine groepen reisden we van Seestadt in het noordoosten van de stad naar de wijk Grinzing aan de andere kant van Wenen.
Een mooie manier om de theorie in de praktijk te toetsen. Onderweg ervoeren we zelf hoe het netwerk functioneert, waar de sterke punten liggen en welke uitdagingen er nog bestaan. Juist die praktijkervaring leverde waardevolle inzichten op.
Terugkijkend was het een bijzonder geslaagde studiereis. Wenen laat overtuigend zien hoe trein, metro, tram, bus en deelmobiliteit kunnen samenkomen in één samenhangend systeem. Die integrale aanpak biedt volop inspiratie voor de verdere ontwikkeling van publieke mobiliteit in Nederland.
Tegelijkertijd bevestigde de reis dat Nederland ook belangrijke lessen te bieden heeft. Vooral als het gaat om de afstemming tussen openbaar vervoer en doelgroepenvervoer hebben we hier al waardevolle stappen gezet. Het zijn precies dit soort uitwisselingen die helpen om van elkaar te leren en publieke mobiliteit verder te versterken.
‘Strategieën wil ik tactisch en praktisch overbrengen. Ik bijt me vooral vast in verkeer- en vervoersprocessen waarbij een verscheidenheid van belangen en belanghebbenden in het geding zijn. Als teamspeler draag ik actief bij aan oplossingen en sta ik open voor ideeën van anderen.’