bereikbaarheid / deelmobiliteit / duurzaamheid / fiets / inspireren / leefkwaliteit / minder afhankelijk van de auto / mobiliteit / openbaar vervoer / openbare ruimte & ontwerp / STOMP / toekomstgericht / Verkeer in de Stad / voetgangers

CROW zet stap naar STOMP

Op 27 januari 2026 verscheen de CROW-publicatie ‘STOMP in de praktijk; Stappenplan voor de inrichting van wegen’. STOMP wordt door veel gemeenten in hun beleid onderschreven als uitgangspunt voor de inrichting, maar in de praktijk blijkt STOMP ontwerpen op straatniveau nog lastig. Gaat deze publicatie eindelijk de gewenste duw in de rug geven aan het daadwerkelijk volgens STOMP inrichten van de openbare ruimte?

Vooropgesteld: STOMP (Stappen-Trappen-Openbaarvervoer-Maas-Privé-auto; zie afbeelding) is niet nieuw. De filosofie van het ‘omgekeerd ontwerpen’ of ‘ontwerpen vanaf de voordeur’ bestaat al heel lang. In de jaren 90 is het ontwerpprincipe ‘Vervoersprestatie op locatie’ door het toenmalige ministerie van Economische Zaken ontwikkeld als duurzaamheidsconcept en uitgebreid toegepast op allerlei nieuwbouwontwikkelingen. De gedachte was dat als eerste vanuit de voetganger, dan vanuit de fietser, vervolgens vanuit het openbaar vervoer en tot slot vanuit de auto wordt ontworpen, mensen meer kiezen voor energiezuinig verplaatsen. Het oorspronkelijke doel was om CO2-reductie te bereiken, maar al snel bleek dat dit omgekeerd ontwerpen ook veel voordelen heeft voor de leefomgeving en gezondheid.

Afbeelding bron CROW: Het STOMP-principe

Verkeer in de Stad

In nieuwbouwgebieden is omgekeerd of STOMP-ontwerpen redelijk eenvoudig toe te passen. Alle keuzes liggen namelijk nog open. In bestaande gebieden is dat lastiger. Het is vaak erg druk met allerlei verschillende vervoerwijzen. Rond 2020 is in opdracht van de ANWB in samenwerking met Mobycon, Awareness, Ben Immers Advies en Bart Egeter Advies de methodiek ‘Verkeer in de stad’ ontwikkeld. Deze methodiek geeft op basis van de verschillende voertuigfamilies (gewicht, grootte) aan bij welke snelheidslimieten deze wel/niet gecombineerd kunnen worden. Ook is in deze methodiek duidelijk aangegeven hoe ontwerpen een herhalend proces is tussen structuur- en inrichtingsniveau voor zowel ruimte als verkeer. De ‘Verkeer in de stad’-methodiek sluit helaas nog niet helemaal aan op de huidige wetgeving en richtlijnen en is daarmee niet eenvoudig toepasbaar door ontwerpers.

Ontwerpmogelijkheden

De CROW-publicatie ‘STOMP in de praktijk; Stappenplan voor de inrichting van wegen’ probeert wél concreet toepasbaar te zijn voor ontwerpers. Deze gaat eveneens uit van omgekeerd ontwerpen en een herhalend proces tussen netwerk en inrichtingsniveau. De link met andere stedenbouwkundige belangen in de openbare ruimte wordt ook aangegeven. Belangrijk element is de toets of de combinaties van vervoerwijzen volgens de richtlijnen binnen de beschikbare ruimte van het dwarsprofiel passen. De bestaande CROW-richtlijnen voor benodigde breedtes en vormgeving -afhankelijk van de hoeveelheid verkeer- spelen daarbij een belangrijke rol. De publicatie geeft een duidelijk handvat welke vormgeving nodig is en wat de oplossingsrichtingen zijn als dit niet past binnen de beschikbare ruimte. De publicatie geeft ook diverse ontwerpmogelijkheden waar je niet direct aan zou denken.

Een aantal zaken wordt ook duidelijk uit de publicatie:

  1. Er bestaat niet zoiets als één STOMP-inrichting!
    Je kunt aan de inrichting van een straat niet zien of deze STOMP is ingericht of niet. STOMP is een ontwerpmethodiek die een goede afweging borgt van de verschillende modaliteiten. Het resultaat kan er steeds heel anders uitzien. Uiteraard moet de inrichting wel voldoen aan de gebruikelijke CROW-richtlijnen.
  2. Een STOMP-inrichting is afhankelijk van keuzes op netwerkniveau!
    Voldoende ruimte voor de verschillende vervoerwijzen, waarbij het geheel past binnen de beschikbare ruimte. Dat klinkt mooi, maar dat betekent ook dat als het niet past er andere keuzes op netwerkniveau moeten worden gemaakt. STOMP is geen wonderolie die ervoor zorgt dat alles op inrichtingsniveau passend kan worden gemaakt.
  3. STOMP vergt ontwerpers die kunnen schakelen tussen inrichtings- en netwerkniveau!
    Ontwerpers die met STOMP aan de slag gaan moeten dus heel helder kunnen aangeven:
    – Waarom iets wel/niet past; en dus niet de kaasschaaf hanteren door dat fietspad dan maar te versmallen of het trottoir weg te laten.
    – Welke oplossingen op netwerkniveau denkbaar zijn; en daarmee input geven om (andere) beleidskeuzes te maken.
    – Welke menging van modaliteiten nog wel passen binnen STOMP en welke echt niet; zodat de STOMP-gedachte overeind blijft en niet op inrichtingsniveau alsnog sneuvelt.

Duidelijke aanpak

De nieuwe publicatie geeft een duidelijke aanpak voor de verkeerskundig (en stedenbouwkundig) ontwerper én beleidsmakers. Het is nu aan hen om de methodiek toe te passen. Mobycon werkt al langer volgens de principes van ‘Verkeer in de stad’ en ‘STOMP’ aan de inrichting van de openbare ruimte. De nieuwe STOMP-publicatie maakt het mogelijk dat meer organisaties en verkeerskundigen hiermee aan de slag gaan. Vanuit Mobycon juichen we deze ontwikkeling toe. Uiteraard helpen wij graag als gemeenten ondersteuning nodig hebben bij de toepassing van de STOMP-methodiek.

Alex Roedoe is senior-adviseur verkeer en gecertificeerd verkeersveiligheidsauditor. Hij nam namens Mobycon deel aan de CROW-werkgroep ‘STOMP in de Praktijk’ die de publicatie ‘STOMP in de praktijk; Stappenplan voor de inrichting van wegen’ heeft opgesteld.

Gerelateerd

bereikbaarheid / deelmobiliteit / duurzaamheid / fiets / inspireren / leefkwaliteit / minder afhankelijk van de auto / mobiliteit / openbaar vervoer / openbare ruimte & ontwerp / STOMP / toekomstgericht / Verkeer in de Stad / voetgangers

Haarlem kiest voor 30km/u

Haarlem heeft het tempo verlaagd. Geen losse maatregel, maar een duidelijke stap in de mobiliteitstransitie: minder ruimte voor de auto en meer voor openbaar vervoer, fietsers en voetgangers.