Op 10 februari was er een bijeenkomst bij SWOV over de stand van zaken van de evaluaties en vervolgonderzoeken naar GOW30. Centrale onderzoeksvraag van SWOV is: “Welke ontwerpelementen zijn essentieel voor het realiseren van de herkenbaarheid van GOW30 en voor de opvolging van de limiet van 30 km/uur?” Wat kunnen we uit de eerste onderzoeksresultaten leren?
Over het nut van een lagere snelheid is iedereen het eens. Er werd nogmaals benadrukt dat een 10% lagere gemiddelde snelheid leidt tot:
Deze 10, 20, 30, 40 regel is de basis voor meer 30 km/uur en de invoering van GOW30. De mate waarin de werkelijke rijsnelheid afneemt is bepalend voor de grootte van het effect op de verkeersveiligheid.
Voor het invoeren van meer 30 km/uur zijn de CROW-publicaties ‘Afwegingskader 30 km/h’ en ‘Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30’ al beschikbaar. SWOV voert meerjarig onderzoek uit naar de herkenbaarheid van GOW30 en de opvolging van de limiet van 30 km/uur.
Uit het uitgevoerde literatuuronderzoek blijkt dat de volgende inrichtingsaspecten een effect op de gereden snelheid zouden hebben:
Snelheidsverlagend:
Snelheidsverhogend:
Gelukkig zijn deze inrichtingsaspecten allemaal al opgenomen in de ‘Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30’. Dus in die zin is er niets nieuws onder de zon. Een dicht omgevingsbeeld is overigens niet echt iets dat een wegbeheerder kan beïnvloeden bij de inrichting van een GOW30. Wel is dit dichte omgevingsbeeld een aspect dat kan worden meegenomen in de afweging of een weg geschikt is om als GOW30 aan te wijzen of niet. Mobycon hanteert hier overigens zelf in categoriseringsplannen het aspect ‘verblijfsadressendichtheid’ voor. Dit is een objectief meetbaar criterium om te bepalen of er sprake is van voldoende verblijfsfunctie om de keuze voor een GOW30 te onderbouwen.
Uit de uitgevoerde landelijke enquête blijkt dat:
Dus 33% van de gemeenten hebben nog geen plannen voor GOW30.
Uit de analyse van het snelheidsgedrag bij de uitgevoerde GOW30 wegen blijkt:
Het laatste wil overigens niet zeggen dat andere inrichtingsaspecten niet leiden tot een lagere rijsnelheid. De groep uitgevoerde GOW30-wegen is simpelweg nog niet groot genoeg om hier betrouwbare uitspraken over te doen. En dat is dan weer een pleidooi aan gemeenten om hun uitgevoerde GOW30-projecten aan te melden bij SWOV en deze te (laten) evalueren. Mobycon kan je hierbij desgewenst ondersteunen.
SWOV vervolgt het onderzoek naar het effect van inrichtingsaspecten op de daadwerkelijke rijsnelheid op basis van uitgevoerde GOW30-projecten. In 2026 voert SWOV ook een foto-experiment uit waarbij automobilisten een oordeel geven over de snelheidslimiet en de passende rijsnelheid. Hopelijk leveren beide onderzoeken nog meer duidelijkheid over inrichtingsaspecten die bewezen bijdragen aan een lagere rijsnelheid.