[08-09-2002]
Richtlijnen voor voetgangersoversteekvoorzieningen
In de publicatie zijn richtlijnen opgenomen waarmee wegbeheerders en adviesbu-reaus eenvoudig kunnen bepalen wat in een bepaalde situatie de meest optimale oversteekvoorziening is. Om de locatie van de oversteekvoorzieningen te bepalen dienen een viertal stappen doorlopen te worden:
stap 1; bepalen ruimtelijke voorzieningen
stap 2; vaststellen looproutes
stap 3; bepalen conflictpunten met overige vervoerswijzen
stap 4; vaststellen locaties voetgangersoversteekvoorzieningen.
Voor de geselecteerde locaties wordt vervolgens bekeken welk type oversteekvoorziening het meest geschikt is. In de publicatie wordt een onderscheid gemaakt in oversteekvoorzieningen gebaseerd op:
A. scheiding in ruimte (voetgangerstunnel en -brug)
B. scheiding in tijd (verkeersregelinstallatie; conflictvrij en met deelconflict)
C. scheiding door middel van voorrangsregeling (zebra en verkeersbrigadier)
Type A, B en C zijn gekoppeld aan de nieuwste wegcategorisering Duurzaam Veilig conform de '(concept)RONA-richtlijnen' en de brochure 'Duurzaam Veilige inrichting van wegen binnen de bebouwde kom' op basis van:
- ligging (binnen/buiten de bebouwde kom);
- wegcategorisering (stroomweg I+II, gebiedsontsluitingsweg I+II, erftoegangsweg I+II, voorlopige verkeersaders, potenti? verblijfsgebieden);
- maximum snelheid (30-120 km/uur)
- dwarsprofiel (1x1, 2x1, 2x2 en 2x3 rijstroken)
- locatie (wegvak, kruispunt)
- bijzondere oversteeksituaties (rotondes, uitritten, bus- en trambanen, parallelle fietspaden, situaties met grote aantallen voetgangers)
De publicatie wordt afgesloten met ontwerpbladen van de voorgestelde voetgan-gersoversteekvoorzieningen. Hierbij wordt ingegaan op toepassingsgebied, uitvoe-ring, maatvoering, combinatiemogelijkheden, juridische aspecten en voor- en nade-len. Voor het bepalen welke oversteekvoorziening waar mag/moet worden toege-past is naast DV-richtlijnen zoveel mogelijk uitgegaan van bestaande wetten.