Gebiedsambities en verkeersnetwerken in balansOp beleidsniveau zijn infrastructuurnetwerken en ruimtelijke ontwikkelingen soms matig op elkaar afgestemd, waardoor de bereikbaarheid onvoldoende is. Op uitwerkingsniveau ziet men de inrichting van wegen en de aansluitende wegomgeving te vaak als gescheiden werelden. Gevolg: verkeersveiligheidsproblemen en leefbaarheidsklachten.
Alles staat of valt met het bewust nadenken over de ruimtelijke ambitie van een gebied, het daarbij behorende bereikbaarheidsprofiel en de daarvoor benodigde infrastructuurnetwerken. Vragen die hierbij van belang zijn: Op welke mix van vervoerwijzen (auto, openbaar vervoer, fiets, voetganger) moet in het gebied worden ingezet? En op welk schaalniveau moet een gebied worden ontsloten? Deze bereikbaarheidsvraagstukken kunnen later nauwelijks nog op inrichtingsniveau worden opgelost, omdat dat tot een verkeersruimte zou leiden die niet past bij de stedenbouwkundige ruimte. Kortom, de specialisten moeten gezamenlijk de gebiedsindeling en infrastructuurnetwerken goed afstemmen en vastleggen.
“Infrastructuur structureert de ruimte,
verkeer is een afgeleide”
Deze degelijke basis kan bij uitstek worden gelegd in ruimtelijke structuurplannen, verkeersstructuurplannen en verkeer- en vervoerplannen. Naast de verkeerskundige discipline spelen ruimtelijk-economische ontwikkeling, stedenbouw en recreatie een minstens zo belangrijke rol. Als we zo werken zijn we in staat om ook op inrichtingsniveau de infrastructuur en de openbare ruimte goed op elkaar af te stemmen. Met een gewenst maatschappelijk resultaat: waarborging van de bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid én ruimtelijke kwaliteit.