logo

Verbeter de sociale veiligheid in het OV: een kwestie van lokaal samenwerken


[03-09-2003]
Een column door Gerard van Egmond
Programmamanager implementatie Aanvalsplan SVOV

In 2003 formuleren decentrale OV-autoriteiten voor het eerst een expliciete doelstelling en aanpak om de sociale veiligheid in het openbaar vervoer in hun concessiegebied te verbeteren. Dit vloeit voort uit het Aanvalsplan Sociale Veiligheid Openbaar Vervoer (SVOV) van de ministeries van Binnenlandse Zaken, Justitie en Verkeer en Waterstaat. Het Aanvalsplan maakt deel uit van het Veiligheidsprogramma 'Naar een veiliger samenleving' en gaat ervan uit dat OV-autoriteiten een meerjarenplan SVOV 2004-2008 voor het stads- en streekvervoer opstellen.

De decentrale OV-autoriteiten werken inmiddels hard aan de ontwikkeling van de meerjarenplannen. Zij doen dat samen met de betrokken vervoerbedrijven, omdat die veel relevante kennis hebben. Bovendien moeten ontwikkeling en uitvoering van beleid op elkaar afgestemd zijn. Doel van de meerjarenplannen is het decentrale sociale veiligheidsbeleid in het openbaar vervoer gestructureerd en zakelijk te ontwikkelen in een samenwerkingsverband van alle betrokken partijen.

Er wordt niet alleen aan de meerjarenplannen gewerkt. Op diverse plaatsen worden convenanten gesloten om te komen tot 'lokale veiligheidsarrangementen'. Die zijn bedoeld om de veiligheidsproblematiek in OV-/stationsgebieden gezamenlijk aan te pakken. Toezicht, handhaving en strafrechtelijke vervolging zijn immers verbonden in één veiligheidsketen. Meestal is de gemeente de motor achter het convenant. Andere betrokken partijen zijn OV-bedrijven, regiopolitie, OM en ook landelijke actoren, zoals KLPD/Spoorwegpolitie en NS. In Rotterdam en recent in Amsterdam is al zo'n convenant gesloten; op andere plaatsen wordt er nog aan gewerkt. De decentrale aanpak van de sociale onveiligheid in en rondom het openbaar vervoer krijgt met deze acties een forse impuls.
De aanpak verschilt per regio, omdat de problematiek regionaal sterk uiteenloopt. Bepalend hierbij zijn bijvoorbeeld de omgeving (grote steden) en de aanwezige vervoersmodaliteiten. Op lokaal niveau is ook het meeste inzicht in de omvang en aard van de problematiek: waar houden zwervers of drugsverslaafden zich op, op welke OV-lijnen zijn de meeste zwartrijders te vinden? Bovendien is de waardering van sociale veiligheid niet overal dezelfde.

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat geeft niet alleen de beleidskaders en de voorwaarden waaraan de meerjarenplannen moeten voldoen. Het ministerie stelt ook middelen beschikbaar. Financiën, zoals de rijksbijdrage exploitatie openbaar vervoer, maar bijvoorbeeld ook kennis. Zo heeft het Centrum Vernieuwing Openbaar Vervoer in juni een Handreiking sociale veiligheid en concessieverlening in het stads- en streekvervoer gepubliceerd. Dit Centrum start najaar 2003 ook met een digitaal kenniscentrum sociale veiligheid & mobiliteit. Begin 2004 publiceert het ministerie van Binnenlandse Zaken een handreiking voor de totstandkoming van lokale veiligheidsarrangementen.


- - - -