[02-06-2005]
Al een aantal jaren is het landelijke beleidstreven om in 2010 het openbaar vervoer over de weg toegankelijk te hebben. Een ambitie die ook in de Nota Mobiliteit staat. Het gaat om toegankelijkheid in de brede zin des woords: iedereen die zelfstandig kán reizen, moet de bus kunnen nemen. Dus ook ouderen, mensen met een fysieke beperking, met reisbagage of kinderwagens.
De meeste OV-concessies bevatten eisen aan de toegankelijkheid van het busmaterieel, zodat aan die voorwaarde kan worden voldaan. De lagevloerbus is dan ook een mooie invulling. Voor het toegankelijk maken van bushaltes ligt er echter nog een enorme uitdaging. Gemiddeld bevat een provincie of kaderwetgebied al gauw zo'n paar duizend haltes. Een fikse klus om die in een jaar of vijf allemaal toegankelijk te maken. Vandaar dat een prioritering van haltes wenselijk is.
Aangezien de haltes daadwerkelijk toegankelijk gemaakt moeten worden door de wegbeheerders - gemeenten, provincies, Rijkswaterstaat, waterschappen en soms ook private partijen als Schiphol - is een dialoog nodig. Denk aan de haltes die zich bijvoorbeeld op NS-stations, in stadscentra en bij ziekenhuizen bevinden. Samenwerking is belangrijk om met de beperkte financiële middelen de haltes optimaal toegankelijk te kunnen maken.