logo

Structuur binnen Permanente Verkeerseducatie


[04-10-2006]
Samenvatting van de afstudeeropdracht van onze junior adviseur Martijn Ernest.

Binnen Mobycon heeft Martijn Ernest zich bezig gehouden met het ontwikkelen van een projectplan voor de aansluiting van vraag en aanbod van projecten op het gebied van verkeerseducatie. Gemeenten willen graag aan de slag met Permanente Verkeerseducatie, maar hebben moeite om een afweging te maken tussen het brede scala aan verkeerseducatieprojecten

Door de toenemende mobiliteit, met de snelste groei in het autoverkeer, wordt verkeersveiligheid een steeds belangrijkere factor in het verkeer- en vervoerbeleid. Vandaar dat de overheid in 1997 het convenant Duurzaam Veilig heeft ondertekend. Binnen de eerste fase van deze aanpak ging de aandacht vooral uit naar fysieke maatregelen in de vorm van infrastructuur.
Maar om de driehoek mens-voertuig-weg volledig terug te laten komen in de duurzaam veilige aanpak, moeten ook de factoren verkeersgedrag (mens) en voertuigtechnologie (voertuig) verder worden uitgewerkt. Dit heeft in 2005 geleid tot de Duurzaam Veilig fase 2.

Permanente Verkeerseducatie (PVE) wordt in deze tweede fase geïntroduceerd als instrument ter verbetering van het verkeersgedrag van mensen; kortweg mensgerichte maatregelen. De ‘permanente’ factor zit in de ontwikkeling van verkeerseducatieve projecten voor elke levensfase: van de wieg tot aan het graf. Hierbij wordt ingezet op vijf gedragsthema’s:
  • Onvoldoende probleembesef van verkeersonveiligheid en geringe acceptatie van verkeersveiligheidsmaatregelen.
  • Onvoldoende strategische afwegingen (keuze vervoermiddel, route, tijdstip)
  • Moedwillige overtredingen (acceptatie van overtredingen)
  • Onjuist of ongewenst gewoontegedrag (verkeersdeelnemer handelt naar verwachtingen)
  • Onvoldoende toegeruste beginners (combineren van eigen rijkwaliteit met complexe verkeerssituaties)


PVE decentraal geregeld
Permanente verkeerseducatie is decentraal geregeld - het ministerie van V&W formuleert de doelstelling en kaders rond verkeersveiligheid, maar dat de provincies werken deze doelstelling en kaders uit in verkeersveiligheidsmaatregelen. De decentrale opzet is gemanifesteerd door de Regionale of Provinciale Organen Verkeersveiligheid en Verkeer- en Vervoerberaden in het Landelijk Overleg VerkeersEducatie (LOVE). Deze partijen zorgen voor de kennisontsluiting van PVE en hebben eveneens subsidiemogelijkheden voor dergelijke projecten.

Gemeenten
Lokale overheden vergaren de kennis over PVE. Gemeenten moeten voldoende kennis hebben van verkeerseducatieve projecten voordat deze een afweging kunnen maken voor de uitvoering ervan. Op dit moment is een hiaat ontstaan tussen enerzijds de kennisontsluiting door de provinciale organen en anderzijds de kennisvergaring door de gemeenten of samenwerkingsverbanden tussen gemeenten. Dit is voor Mobycon dé aanleiding geweest om na te denken over een projectplan voor een kennisinstrument om verkeerseducatieve projecten te bundelen, zodat gemeenten makkelijker een afweging tussen dergelijke projecten kunnen maken.

Het projectplan voor het kennisinstrument
Om een goed projectplan te maken is eerst contact gezocht met de potentiële gebruikers, want niets is zo belangrijk als draagvlak creëren voor een te ontwikkelen kennisinstrument. Het kennisinstrument moet aansluiten op de wensen en behoeften van de potentiële gebruikers. Diverse provincies, ROV’s en gemeenten zijn geïnterviewd om zoveel mogelijk wensen en behoeften te inventariseren. Dit heeft geleid tot de volgende resultaten:

Kennisbehoefte PVEKennisinstrument
Inhoud van projecten Indeling naar PVE-doelgroepen
PVE-doelgroepen
Kwaliteit van projecten toetsen
Thema’s per PVE-doelgroep
Ter informatie / grondslag projecten
Mate van ouderparticipatie
Gebruiksvriendelijke zoekfunctie
Mogelijke koppeling projecten
Digitaal raadpleegbaar (internet)
Effecten
Aanvulling op toolkit KpVV
Ervaringen
(evaluatie via SWOT-analyse)
Optimaal beheren (up-to-date)
Regiogebondenheid
Voor bureauwerk en bijeenkomsten
Betrokken actoren
 
Verdeelsleutel subsidieverlening 
Looptijd
 
Organisatiekosten
 
Gebruiksmateriaal


Daarnaast is contact geweest met het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV). Zij hebben aangegeven met een dergelijk kennisinstrument bezig te zijn met als verschil, dat KpVV met name ingaat op gebruikerseisen van de ROV’s en Mobycon vooral kijkt naar de wensen en behoeften van de uiteindelijke gebruiker. Wellicht komt er nog een aansluiting tussen beide projectplannen, zodat een volledig en actueel kennisinstrument voor PVE ontstaat.
Door middel van de spoorsgewijze aanpak die Mobycon hanteert, is een SWOT-analyse gemaakt, waarbij de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen voor dit kennisinstrument worden bepaald. Binnen dit projectplan onderscheidt de spoorsgewijze aanpak de inhoudelijke aspecten, financiële aspecten en organisatorische aspecten die binnen het kennisinstrument moeten terugkomen. Uit deze analyse blijkt dat een kennisinstrument voor PVE haalbaar is, omdat er genoeg draagvlak is bij de gebruikers, een dergelijk kennisinstrument er niet is en er wel behoefte aan bestaat, alle benodigde projectinformatie overzichtelijk en digitaal wordt weergegeven. Het kennisinstrument dient echter wel up-to-date gehouden te worden, omdat het instrument anders zijn waarde aan kwaliteit verliest.

Opbouw
De structuur van het kennisinstrument is bepaald aan de hand van literatuur en uiteraard gebaseerd op het oordeel van de uiteindelijke gebruikers. Het kennisinstrument bevat de doelgroepenbenadering:

0 tot 4 jaar (eerste kennismaking met verkeer door kinderen)
4 tot 12 jaar (kinderen gaan naar de basisschool; vergroting van
de actieradius)
12 tot 16 jaar (overgang naar voortgezet onderwijs; vergroting van
de actieradius)
16 tot 25 jaar* (beginnende bestuurders; gebruik van bromfiets en
auto)
25 tot 60 jaar (rijbewijsbezitters; routinegedrag)
> 60 jaar (ouderen; afname van functionele capaciteiten)
*De doelgroep 16 tot 25 jaar, wordt opgesplitst in twee subgroepen, te weten: bromfietsers 16 tot 18 jaar en beginnende automobilisten 18 tot 25 jaar.

De verdere indeling van het instrument gaat in op de mate van detail, van algemeen niveau (persoonlijke kenmerken) tot operationeel niveau (hoe wordt een verplaatsing uitgevoerd?). Daarna kan een selectie worden gemaakt aan de hand van veel voorkomende probleemsituaties, zoals oversteekbaarheid, rijvaardigheid en overzichtelijkheid. Na deze stap dient een keuze gemaakt te worden tussen de verkeerseducatieve projecten die aan de voorgaande criteria voldoen. Op basis van inhoudelijke, organisatorische en financiële aspecten van elk project kan een afweging gemaakt worden tussen de mogelijke projecten.

Conclusie
De markt roept om een kennisinstrument voor permanente verkeerseducatie, zodat de lokale overheden zich meer kunnen gaan richten op de gedragskant binnen verkeersveiligheid. KpVV benadert deze vraag via de ROV’s als kennisontsluiters. Mobycon heeft de kennis en een projectplan om het kennisinstrument aan te vullen, waarbij juist de eindgebruikers (de lokale, regionale overheden) centraal staan. Dit is haalbaar gebleken en biedt kansen voor een compleet kennisinstrument voor permanente verkeerseducatie.


- - - -