[05-12-2002]
Gegevens hebben we verzameld door enqu?s uit te zetten onder gehandicapten en valide sporters, interviews af te nemen, gesprekken met vertegenwoordigers van verschillende organisaties te houden en een ronde tafelgesprek met sportende gehandicapten te voeren. De resultaten van het onderzoek leveren een gevarieerd beeld op. Individuele situaties van sporters met een handicap blijken behoorlijk te verschillen.
Uitkomsten van het onderzoek
De tevredenheid wordt in grote mate bepaald door het al dan niet kunnen beschikken over eigen vervoer. Gehandicapten die geen eigen auto hebben (62%) en afhankelijk zijn van andere vervoersalternatieven, zijn beduidend minder tevreden dan autobezitters. Gehandicapte sporters gebruiken het collectief vraagafhankelijk vervoer nauwelijks. Redenen hiervoor zijn dat CVV niet stipt op tijd rijdt en dat de sportactiviteiten vaak buiten de regiogrenzen plaatsvinden. Overige factoren die van invloed zijn op de problematiek zijn het niveau van sportbeoefening, teamsport of individuele sport en de benodigde hulpmiddelen bij het reizen. Gehandicapten zijn maandelijks meer geld kwijt aan het sporten dan niet-gehandicapten. De meerkosten bestaan met name uit vervoerskosten maar ook uit de aanschaf van sportrolstoelen en andere aangepaste attributen en hulpmiddelen.
Aanbevelingen
De problematiek is diffuus. Daarom zijn geen breed toepasbare oplossingen te noemen. De aanpak moet ?op maat? zijn. Benoemde aanbevelingen zijn:
- Integratie van gehandicaptensport en valide sport verder bevorderen waar dit mogelijk en re? is.
- Het alloceren van budgetten voor (vervoer naar) sport bij individuele sporters of sportverenigingen.
- Het cre?n van meer ruimte voor individuele regelingen met betrekking tot vergoeding van eigen vervoer of het regelen van eigen vervoer.
- Het aanpassen van het huidige CVV- en Wvg-vervoerconcept, bijvoorbeeld door het instellen van prioriteitsritten of het lokaliseren van haltes bij sportlocaties.