[14-06-2005]
Het enige goede antwoord is: Bestuurlijke moed.
Natuurlijk, Groot Haaglanden was het pilotgebied van de Commissie Luteijn, en de bestuurders kregen een diepgaande analyse van de mobiliteitsproblematiek en een aantal praktische adviezen in de schoot geworpen.
Maar dat levert nog geen garantie op dat adviezen van welke commissie dan ook worden opgevolgd.
Zeker, er was in het startjaar van SWINGH sprake van een periode van bestuurlijke rust, zonder verkiezingen in het vooruitzicht. En hoewel Nederland nog niet in de ban was van de fijnstof-problematiek, was er ook toen al een reden om de groeiende mobiliteitsproblematiek niet te lijf te gaan met extra infrastructuur: er was domweg geen geld voor infrastructurele investeringen vanwege de economische tegenwind.
Toch betekent ook dat niet automatisch dat bestuurders zich inspannen om de bereikbaarheid van een regio te verbeteren door intensief te gaan samenwerken. Want in dat geval was de gebiedsgerichte samenwerking op veel plaatsen tegelijk uitgebroken in Nederland.
De enige reden dat de gebiedsgerichte aanpak van mobiliteit in Groot Haaglanden echt goed van de grond gekomen is, is het feit dat bestuurders in deze regio bereid zijn om zich daar collectief voor in te zetten. En dat de hoofdrolspelers van Provincie, Stadsgewest, en Verkeer en Waterstaat daarin de juiste toon weten te vinden.
Het effect is merkbaar op straat.
De eerste voorstellen voor het afstellen van verkeerslichten, bruggen, het afstemmen van wegwerkzaamheden, het uitrollen van incidentmanagement op regionale wegen, het co?neren van de gladheidsbestrijding leverde steevast de reactie op van de SWINGH-bestuurders: ?Was dat dan nog niet geregeld!?
En die reactie leverde op zijn beurt weer voldoende motivatie op om de samenwerking tussen de overheden verder te verstevigen. Feit is dat ambtenaren wel degelijk kunnen aangeven waar verbeteringen in het netwerk mogelijk zijn, als ze zich gesteund weten door hun bestuurders!
Bovendien heeft de cynische reactie van het bedrijfsleven op het advies van ?Luteijn? ondertussen plaatsgemaakt voor een intensieve samenwerking tussen overheid en datzelfde bedrijfsleven. De innovatieve tender ?ICT in bereikbaarheid? heeft voor die omslag gezorgd. En vanwege het succes wordt de volgende tender nu alweer voorbereid. En ook hier geldt: Zonder bestuurlijke moed was deze publiek-private samenwerking nooit van de grond gekomen.
Kortom, de bestuurders laten de samenwerking pas echt swinghen. De complimenten daarvoor komen hen toe.