[15-09-2004]
een column door Dr. Ben Immers.
Als we ziek zijn gaan we naar de dokter en soms kan die ons helpen door een medicijn voor te schrijven. Voordat we de medicijn gaan gebruiken worden we wel geadviseerd goed de bijsluiter te lezen want veel medicijnen kunnen vervelende bijwerkingen hebben. Vaak schrijft de dokter een tweede medicijn voor ter neutralisering van de bijwerkingen en als ook dat medicijn bijwerkingen heeft een derde. Er zijn kwalen die een hele reeks aan medicijnen vereisen, andere kwalen kunnen simpel worden verholpen.
Het transportsysteem heeft veel kenmerken van een levend systeem en het is interessant voor de ?kwalen? van het transportsysteem een parallel te trekken met het menselijke lichaam. Eigenlijk doen we dat al lang want we hebben het over een verkeersinfarct, bypasses, doseren, etc. Een heleboel kwalen en remedies zijn bijna ? op ? overdraagbaar van het menselijke lichaam naar het verkeers- en vervoersysteem.
Deze analogie gaat ook op voor de bijwerking(en) van een voorgeschreven medicijn. In dat geval spreken we van indirecte of perverse effecten, onbedoelde (vaak minder gewenste) bijwerkingen.Wat zijn nu perverse effecten en wat niet? Om maar met de deur in huis te vallen: velen beschouwen de mobiliteitsgroei die een gevolg is van de aanleg van nieuwe infrastructuur als een pervers effect. Ik ben het daar niet mee eens. Op de mobiliteitsmarkt is sprake van een evenwicht tussen vraag en aanbod; uitbreiding van het aanbod leidt tot een nieuw evenwicht dat veelal impliceert dat ook de vraag zal toenemen. Als onze grutter het aantal kassa?s uitbreidt hoopt hij dat de verbeterde service ook meer klanten zal aantrekken.
Perverse effecten treden vooral op indien er geen sprake is van vrije marktwerking en dat kan niet gezegd worden van het bovenstaande voorbeeld. Op een mobiliteitsmarkt met volledige mededinging (vrije marktwerking) resulteren indirecte effecten veelal in een herverdeling van de welvaart: bijv. verbetering van de infrastructuur resulteert als gevolg van de snellere verbinding in een kostenvoordeel voor de transportbedrijven. Door de onderlinge concurrentie zal dit kostenvoordeel uiteindelijk doorgegeven worden aan de klanten. Als gevolg van de concurrentie tussen de klanten leidt de kostenverlaging uiteindelijk tot een lagere prijs van de producten. Problemen kunnen wel ontstaan als de infrastructuurbetering markten be?loedt die onderhevig zijn aan marktfaling. Een belangrijk voorbeeld van een marktfaling is monopoliegedrag op een markt. De markt faalt ook als er externe effecten optreden, dat wil zeggen als een economische transactie ook gevolgen heeft voor anderen dan de direct bij de transactie betrokken partijen. In dat laatste geval zal bij een investering in het transportsysteem de welvaartswinst die een gevolg is van de beoogde directe effecten deels worden gecompenseerd door een welvaartsverlies als gevolg van de externe effecten. Bijv. het invoeren van gratis openbaar vervoer kan welvaartswinst opleveren voor de beoogde doelgroep (autogebruikers met bestemming binnenstad), maar doordat de huidige gebruikers van het openbaar vervoer ook gratis mogen reizen en fietsers overstappen op het openbaar vervoer en een heleboel andere mensen met het openbaar vervoer gaan reizen omdat het gratis is en de paar nog betalende klanten de kwaliteit van de dienstverlening achteruit ziet gaan, kan er ook welvaartsverlies optreden. Ook als de overheid de vrije marktwerking tracht te be?loeden door het hanteren van een 'command and control' strategie kunnen onbedoelde bijwerkingen optreden. Zo is een pervers effect waar we wel eens veel last van zouden kunnen krijgen gerelateerd aan de invoering van de CAFE (Corporate Average Fuel Economy) norm voor het brandstofgebruik van alle door een autofabrikant geproduceerde voertuigen in de USA. Deze maatregel had tot doel de afhankelijkheid van de USA van de import van olie te beperken. Om het brandstofgebruik te beperken werden voertuigen lichter uitgevoerd wat een significant negatief effect had op de veiligheid (bij een botsing). Verder werd een aparte categorie voertuigen (light trucks) onderscheiden met groter toegestaan brandstofgebruik. Dat betekende de ?geboorte? van de SUV (Sports Utility Vehicle) die nu ook in Europa populair wordt. Ze zuipen benzine maar nog perverser vind ik het indien u gezeten in uw ?normale? personenauto een botsing heeft met een SUV.
En het meest perverse is misschien wel dat de afhankelijkheid van de USA van de import van olie na de invoering van de CAFE norm fors is toegenomen.
Het transportsysteem heeft veel kenmerken van een levend systeem en het is interessant voor de ?kwalen? van het transportsysteem een parallel te trekken met het menselijke lichaam. Eigenlijk doen we dat al lang want we hebben het over een verkeersinfarct, bypasses, doseren, etc. Een heleboel kwalen en remedies zijn bijna ? op ? overdraagbaar van het menselijke lichaam naar het verkeers- en vervoersysteem.
Deze analogie gaat ook op voor de bijwerking(en) van een voorgeschreven medicijn. In dat geval spreken we van indirecte of perverse effecten, onbedoelde (vaak minder gewenste) bijwerkingen.Wat zijn nu perverse effecten en wat niet? Om maar met de deur in huis te vallen: velen beschouwen de mobiliteitsgroei die een gevolg is van de aanleg van nieuwe infrastructuur als een pervers effect. Ik ben het daar niet mee eens. Op de mobiliteitsmarkt is sprake van een evenwicht tussen vraag en aanbod; uitbreiding van het aanbod leidt tot een nieuw evenwicht dat veelal impliceert dat ook de vraag zal toenemen. Als onze grutter het aantal kassa?s uitbreidt hoopt hij dat de verbeterde service ook meer klanten zal aantrekken.
Perverse effecten treden vooral op indien er geen sprake is van vrije marktwerking en dat kan niet gezegd worden van het bovenstaande voorbeeld. Op een mobiliteitsmarkt met volledige mededinging (vrije marktwerking) resulteren indirecte effecten veelal in een herverdeling van de welvaart: bijv. verbetering van de infrastructuur resulteert als gevolg van de snellere verbinding in een kostenvoordeel voor de transportbedrijven. Door de onderlinge concurrentie zal dit kostenvoordeel uiteindelijk doorgegeven worden aan de klanten. Als gevolg van de concurrentie tussen de klanten leidt de kostenverlaging uiteindelijk tot een lagere prijs van de producten. Problemen kunnen wel ontstaan als de infrastructuurbetering markten be?loedt die onderhevig zijn aan marktfaling. Een belangrijk voorbeeld van een marktfaling is monopoliegedrag op een markt. De markt faalt ook als er externe effecten optreden, dat wil zeggen als een economische transactie ook gevolgen heeft voor anderen dan de direct bij de transactie betrokken partijen. In dat laatste geval zal bij een investering in het transportsysteem de welvaartswinst die een gevolg is van de beoogde directe effecten deels worden gecompenseerd door een welvaartsverlies als gevolg van de externe effecten. Bijv. het invoeren van gratis openbaar vervoer kan welvaartswinst opleveren voor de beoogde doelgroep (autogebruikers met bestemming binnenstad), maar doordat de huidige gebruikers van het openbaar vervoer ook gratis mogen reizen en fietsers overstappen op het openbaar vervoer en een heleboel andere mensen met het openbaar vervoer gaan reizen omdat het gratis is en de paar nog betalende klanten de kwaliteit van de dienstverlening achteruit ziet gaan, kan er ook welvaartsverlies optreden. Ook als de overheid de vrije marktwerking tracht te be?loeden door het hanteren van een 'command and control' strategie kunnen onbedoelde bijwerkingen optreden. Zo is een pervers effect waar we wel eens veel last van zouden kunnen krijgen gerelateerd aan de invoering van de CAFE (Corporate Average Fuel Economy) norm voor het brandstofgebruik van alle door een autofabrikant geproduceerde voertuigen in de USA. Deze maatregel had tot doel de afhankelijkheid van de USA van de import van olie te beperken. Om het brandstofgebruik te beperken werden voertuigen lichter uitgevoerd wat een significant negatief effect had op de veiligheid (bij een botsing). Verder werd een aparte categorie voertuigen (light trucks) onderscheiden met groter toegestaan brandstofgebruik. Dat betekende de ?geboorte? van de SUV (Sports Utility Vehicle) die nu ook in Europa populair wordt. Ze zuipen benzine maar nog perverser vind ik het indien u gezeten in uw ?normale? personenauto een botsing heeft met een SUV.
En het meest perverse is misschien wel dat de afhankelijkheid van de USA van de import van olie na de invoering van de CAFE norm fors is toegenomen.