[18-05-2010]
Dick van Veen en Stan van Hulsbeek, adviseurs bij Mobycon, hebben samen met een werkgroep van het CROW, de publicatie 'Parkeren in woonwijken' opgesteld voor het CROW. Er is een artikel verschenen over de publicatie in het thema nummer 'Parkeren' van Stedebouw en Architectuur.
Parkeren in Woonwijken’ is een ideeënboek en stappenplan voor verkeerskundigen en stedenbouwkundigen. Het boek geeft antwoord op de vraag welke oplossing op welke plaats uitkomst kan bieden.
Groeiend probleem
Nederland telt op dit moment zo’n 7 miljoen auto’s. Voorspellingen over de toename van het aantal auto’s variëren van een half tot 3,5 miljoen extra auto’s in 2030. De mogelijke invoering van kilometerheffing speelt hierbij een grote rol. Wanneer het rijden wordt belast, en niet het autobezit zal naar verwachting het bezit van een tweede (kleine) auto toenemen, voor de korte ritten. Tegelijkertijd neemt de parkeercapaciteit af. Waar voorheen straatparkeren de norm was, zien we een steeds verder gaande onderverdeling van parkeerplaatsen. Veel plaatsen worden toebedeeld of verkocht aan bewoners, terwijl ook bedrijven in de wijk hun plaatsen afschermen. Potentieel dubbelgebruik neemt daardoor af. Ook worden steden in toenemende mate verdicht, wat ten koste gaat van de parkeercapaciteit. Alhoewel bij nieuwe ontwikkelingen vaak de regel ‘de eigen broek ophouden’ wordt gehanteerd groeit de vraag toch harder dan het aantal nieuwe plaatsen. Het probleem groeit dus. En de beschikbare ruimte neemt af. Reden genoeg om parkeren in woonwijken op de agenda te plaatsen. Maar dat is niet voldoende. Maar al te vaak zien wij dat het kiezen van de juiste parkeeroplossing op de juiste plaats wordt overgelaten aan de verkeerskundige, of nog liever, de parkeerdeskundige. Maar dat is het paard achter de wagen spannen. Wij zijn van mening dat verkeer, en daarmee parkeren, altijd een afgeleide is van ruimtelijke en economische ontwikkelingen en daarom integraal aangepakt moet worden – samenwerking van architect, stedenbouwkundige en verkeerskundige is ons inziens onontbeerlijk.
Het gehele artikel vindt u in het thema nummer Parkeren van Stedebouw en Architectuur.
Klik hier voor het artikel op de website van www.stedebouwarchitectuur.nl.
Groeiend probleem
Nederland telt op dit moment zo’n 7 miljoen auto’s. Voorspellingen over de toename van het aantal auto’s variëren van een half tot 3,5 miljoen extra auto’s in 2030. De mogelijke invoering van kilometerheffing speelt hierbij een grote rol. Wanneer het rijden wordt belast, en niet het autobezit zal naar verwachting het bezit van een tweede (kleine) auto toenemen, voor de korte ritten. Tegelijkertijd neemt de parkeercapaciteit af. Waar voorheen straatparkeren de norm was, zien we een steeds verder gaande onderverdeling van parkeerplaatsen. Veel plaatsen worden toebedeeld of verkocht aan bewoners, terwijl ook bedrijven in de wijk hun plaatsen afschermen. Potentieel dubbelgebruik neemt daardoor af. Ook worden steden in toenemende mate verdicht, wat ten koste gaat van de parkeercapaciteit. Alhoewel bij nieuwe ontwikkelingen vaak de regel ‘de eigen broek ophouden’ wordt gehanteerd groeit de vraag toch harder dan het aantal nieuwe plaatsen. Het probleem groeit dus. En de beschikbare ruimte neemt af. Reden genoeg om parkeren in woonwijken op de agenda te plaatsen. Maar dat is niet voldoende. Maar al te vaak zien wij dat het kiezen van de juiste parkeeroplossing op de juiste plaats wordt overgelaten aan de verkeerskundige, of nog liever, de parkeerdeskundige. Maar dat is het paard achter de wagen spannen. Wij zijn van mening dat verkeer, en daarmee parkeren, altijd een afgeleide is van ruimtelijke en economische ontwikkelingen en daarom integraal aangepakt moet worden – samenwerking van architect, stedenbouwkundige en verkeerskundige is ons inziens onontbeerlijk.
Het gehele artikel vindt u in het thema nummer Parkeren van Stedebouw en Architectuur.
Klik hier voor het artikel op de website van www.stedebouwarchitectuur.nl.