[15-12-2006]
Paper dat t.b.v. de Vervoerslogistieke werkdagen in november 2006 is ingediend door R.A.M. Jorna (r.jorna@mobycon.nl) en N.J. Heister (Mobycon) en P. Boukema, Rijkswaterstaat Oost-Nederland.
Inleiding
De Nederlandse grensregio Twente heeft de laatste jaren te maken met een forse toename van de hoeveelheid vrachtverkeer op het onderliggend en hoofdwegennet. De autosnelweg A1 die het hart van de regio Twente doorkruist (figuur 1), vormt een belangrijke schakel in het lange afstandsvervoer van goederen tussen de ARA-havens (Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen) en het Europese achterland. De groei van het vrachtverkeer op deze corridor leidt tot een aantal regionale problemen in Twente.
Diverse ontwikkelingen, zoals de invoering van
de LKW-Maut in Duitsland, de toetreding van tien nieuwe EU-lidstaten en het rijtijdenbesluit liggen ten grondslag aan of versterken de problematiek binnen de regio. Eén van de problemen betreft het ‘vluchtstrookparkeren’ vlak voor en na de Duitse grens; dit doet zich voor op reguliere zondagavonden en tijdens Duitse feestdagen. Dit verschijnsel hangt samen met de rijverboden in Duitsland en de hoge bezettingsgraad op de vier Twentse verzorgingsplaatsen langs de A1 richting Duitsland. Op lokaal niveau hebben enkele grensgemeenten, als gevolg van geparkeerde vrachtwagens, te maken met een gevoel van sociale onveiligheid, zwerfafval en stankoverlast.
Deze paper belicht de uiteenlopende problemen in de regio Twente en gaat op zoek naar achterliggende oorzaken en ontwikkelingen. Ook wordt stilgestaan bij diverse oplossingsrichtingen.
Beschrijving van de problematiek
De parkeerproblematiek van vrachtwagens op en langs de A1 in Twente is op te splitsen in twee deelproblemen:
- overvolle verzorgingsplaatsen en het parkeren op de vluchtstrook van de A1, in het vervolg zal dit de vluchtstrookproblematiek worden genoemd;
- het kort dan wel langdurig parkeren van Oost-Europese vrachtwagens op bedrijventerrein Hanzepoort, in het vervolg de Hanzepoort-problematiek genoemd.
Vluchtstrookproblematiek
De vluchtstrookproblematiek is uitsluitend een gevolg van rijverboden op zon- en feestdagen in (delen van) Duitsland. Het probleem is het meest ernstig op nationale Duitse feestdagen, als andere Europese landen geen rijverbod hebben. Omdat de chauffeurs op deze dagen niet in Duitsland mogen rijden, verzamelen zij zich alvast in de buurt van de Duitse grens, om daarna zo snel mogelijk als is toegestaan (’s avonds om 22.00 uur) Duitsland in te rijden. In de huidige
situatie is de parkeercapaciteit voor
de grens, op de bestaande verzorgingsplaatsen langs de A1, volledig ontoereikend. Hierdoor wijken de chauffeurs uit naar de vluchtstrook (figuur 2). Ook in de tegenovergestelde richting, vanuit Duitsland richting Nederland, komt het vluchtstrookparkeren voor. Hierbij trachten de chauffeurs voor het ingaan van het rijverbod Duitsland te ontvluchten, zodat zij de volgende dag weer verder kunnen rijden. Het gevolg is dat vrachtwagens op de vluchtstroken rondom op- en afritten van verzorgingsplaatsen parkeren.

Figuur 2: vluchtstrookproblematiek langs de autosnelweg
Het vluchtstrookparkeren is met oog op de verkeersveiligheid een zeer onwenselijke situatie. Wanneer het verschijnsel niet in goede banen wordt geleid, dan kan dit leiden tot zeer gevaarlijke situaties (uitstappen, langzaam wegrijden, kop-staartbotsingen, etc.). In Limburg heeft dezelfde problematiek een aantal jaren geleden geresulteerd in een serie ongevallen, met 5 dodelijke slachtoffers.
Hanzepoort-problematiek
De Hanzepoort-problematiek betreft het kort dan wel langduriger parkeren van Oost-Europese vrachtwagens op het bedrijventerrein Hanzepoort in Oldenzaal. De parkerende vrachtwagenchauffeurs kunnen verdeeld worden in een aantal groepen:
- kortparkeerders: Chauffeurs die wachten op een administratieve afhandeling bij transportbedrijf Heisterkamp (een ‘papiertje’ voor het passeren van de Russische grens) en de chauffeurs die op zondagavond als gevolg van het rijverbod een parkeerplek zoeken.
- langparkeerders: Chauffeurs die naar het bedrijventerrein komen voor het in- en/of uitladen van goederen; op het bedrijventerrein zijn een aantal internationale verladers gevestigd. De chauffeurs combineren dit proces met een lange rustpauze van circa 9 uur.
- kampeerders: Oost-Europese chauffeurs die liever wachten op retourlading in plaats van leeg terugrijden. Op de verzorgingsplaatsen langs de A1 mag maximaal 24 uur geparkeerd worden, waardoor de chauffeurs op zoek gaan naar alternatieven (o.a. de Hanzepoort).
Het ‘kampeerprobleem’ is van een andere orde. Deze chauffeurs verblijven een aantal dagen op het bedrijventerrein. Zij hebben geen sanitaire voorzieningen, koken zelf en dit zorgt voor het nodige zwerfafval. Een ander probleem is dat Oost-Europese chauffeurs elkaar opzoeken, wat een gevoel van sociale onveiligheid geeft bij werknemers van de Hanzepoort-bedrijven. De slechte verlichting op het terrein versterkt dit gevoel.
Belangrijk om op te merken is dat er geen sprake is van grootschalige criminaliteit. Bovendien kan, in de enkele gevallen waar misdaad zich voordoet, geen relatie worden gelegd met de aanwezigheid van Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs op het terrein. Concluderend kan gesteld worden dat het voornamelijk gaat om een belevingsprobleem, een gevoel van sociale onveiligheid op het terrein.
Huidige bepalende factoren
Diverse factoren spelen een belangrijke rol in de beschreven problematiek. Onderstaand worden een aantal recente ontwikkelingen geschetst die van invloed zijn op de problemen in Twente. Dit levert een volledig beeld op van de verschillende oorzaak-gevolg-relaties binnen de gehele problematiek.
• Rijverbod
Op zon- en feestdagen mogen in Duitsland geen vrachtwagens rijden. Op reguliere zondagen leidt dit rijverbod tot overvolle Nederlandse verzorgingsplaatsen en enkele vluchtstrookparkeerders. Op bepaalde nationale feestdagen gaat het om overvolle Nederlandse verzorgingsplaatsen én honderden (!) vrachtwagens die vlak voor de Duitse grens stranden en genoodzaakt zijn te parkeren op de vluchtstrook.
• Groei van het vrachtverkeer en toetreding nieuwe EU-lidstaten
Uit cijfers van Rijkswaterstaat Oost-Nederland blijkt dat de verwachte groei van het vrachtverkeer in de periode 2003-2020, ligt tussen de 85 en 122%. Deze groei geldt voor de wegvakken tussen Lochem en Oldenzaal, een groot deel van de A1 door Twente. De verdubbeling van de hoeveelheid vrachtverkeer heeft logischerwijs grote gevolgen voor de parkeerproblematiek op verzorgingsplaatsen in de regio. Een groei van 100% van het vrachtverkeer vraagt in feite om een verdubbeling van de parkeercapaciteit op de verzorgingsplaatsen.
De sterke toename van het vrachtverkeer in de A1-regio hangt nauw samen met de in 2004 toegetreden Oost-Europese EU-lidstaten. De geopende grenzen met Oost-Europa zorgen voor een aanzienlijk grotere groei van het vrachtverkeer op de A1 ten opzichte van de rest van Nederland. Illustratief in dit verband is de groei van het vrachtverkeer in Frankfurt am Oder bij de Duits-Poolse grens: tussen 2003 en 2006 een gemiddeld groeipercentage van 35% per jaar! Hoewel dit verkeer uiteraard niet geheel naar Nederland komt, geeft het een goed beeld van de enorme impact van de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de EU.
• Rijtijdenbesluit
Met betrekking tot het rijtijdenbesluit is het belangrijk om te constateren dat Oldenzaal een strategische positie inneemt op het traject Randstad - Oost-Europa. Na vertrek vanuit de ARA-havens is Oldenzaal een rustplek die logistiek gezien aantrekkelijk is. Na de korte rustpauze, vlak voor de grensovergang, wordt begonnen aan de lange rit door Duitsland. De strategische ligging van Oldenzaal, voor het maken van rustpauze, legt een enorme druk op de beschikbare parkeercapaciteit van verzorgingsplaatsen langs de A1.
• Mautheffing
De Duitse Maut heeft twee negatieve effecten voor Nederland:
1) er worden meer kilometers afgelegd op het Nederlandse wegennet, omdat dit financieel aantrekkelijker is dan een groter deel van de route door Duitsland te rijden;
2) er wordt meer dan evenredig gebruik gemaakt van de officiële Nederlandse verzorgingsplaatsen en informele parkeerplekken: Dit doen chauffeurs die betalen via de manuele tolterminals, waardoor het financieel niet haalbaar is om een lange rustpauze in Duitsland te maken (extra betalen verplicht, omdat de tijdspanne wordt overschreden).
• Ontoereikende parkeercapaciteit
Een confrontatie van de groeicijfers van het vrachtverkeer en de capaciteiten van verzorgingsplaatsen leidt tot de conclusie dat op korte termijn de parkeercapaciteit flink onder druk staat en dat op lange termijn de parkeercapaciteit volledig ontoereikend is. Hierbij gaat het om het reguliere gebruik van de verzorgingsplaatsen en niet het exceptionele gebruik tijdens Duitse zon- en feestdagen.
• Wachten op retourlading
In tegenstelling tot West-Europese transportbedrijven zijn Oost-Europese vervoerders minder goed in staat een efficiënte logistieke planning te maken. Dit leidt tot situaties waarbij Oost-Europese chauffeurs genoodzaakt zijn soms dagenlang te verblijven in Nederland, wachtend op een retourlading richting Oost-Europa. Door de lage loonkosten is de ‘value of time’ van Oost-Europese chauffeurs erg laag; er wordt liever gewacht dan dat er leeg wordt teruggereden. De mautheffing heeft deze situatie versterkt.
• Maximale parkeerduur 24h
De verzorgingsplaatsen langs de A1 kennen een maximale parkeerduur van 24 uur. Wanneer een chauffeur langer dan 24 uur wil parkeren, is hij genoodzaakt om buiten het hoofdwegennet een plaats te zoeken. In de praktijk leidt dit tot parkerende vrachtwagens op bedrijventerrein Hanzepoort.
• Oost-Europese chauffeurs hebben weinig tot niets te besteden
Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs hebben geen financiële mogelijkheden om ergens te overnachten en beperkte financiële mogelijkheden om buiten de (vrachtwagen)deur te eten. Hierdoor is het ‘kamperen’ van vrachtwagenchauffeurs op o.a. bedrijventerrein Hanzepoort een bekend verschijnsel: voor het eten maken de chauffeurs doorgaans gebruik van eigen voorzieningen en er zijn geen sanitaire voorzieningen. Het gevolg is zwerfafval en stankoverlast.
Causale verbanden
Met het schetsen van de factoren die van invloed zijn op de huidige problematiek, is het zinvol de gevolgen van deze ontwikkelingen nogmaals te benadrukken:
• overvolle verzorgingsplaatsen langs de A1;
• parkeren op de vluchtstrook;
• parkeren op bedrijventerrein Hanzepoort.
Deze drie situaties zijn om een aantal redenen ongewenst:
- overvolle verzorgingsplaatsen zijn moeilijk of niet bereikbaar voor hulpdiensten;
- parkeren op de vluchtstrook is in de eerste plaats zeer gevaarlijk voor het achteropkomend verkeer en werkt bovendien belemmerend ten aanzien van de bereikbaarheid van een gebied voor hulpdiensten;
- het kamperen op bedrijventerrein Hanzepoort vormt een bedreiging voor de leefbaarheid van het gebied.

Figuur 3: causale verbanden vrachtautoparkeerproblematiek regio Twente
Toekomstige ontwikkelingen
Met oog op de toekomst is het belangrijk om de factoren te beschouwen die op lange termijn van invloed zullen zijn op de Twente-problematiek. Binnen de kaders van het vrachtautoparkeren gaat het om enkele ontwikkelingen op Europees niveau die een effect zullen hebben op de problematiek:
• Verdere groei vrachtverkeer
The White Paper gaat voor de periode 2003-2020 uit van een groei van 55%, voor het wegvervoer. Dit komt o.a. door de toetreding van nieuwe EU-lidstaten.
• Toetreding Roemenie en Bulgarije
Op 1 januari 2007 treden Roemenie en Bulgarije toe tot de EU. Verwacht wordt dat de toetreding van deze landen de oost-west-handelsrelatie verder zal versterken en daarmee ook het vrachtverkeer op de A1 (enigszins) zal toenemen. Ook wordt verwacht dat de chauffeurs uit deze landen tot de armsten van Europa behoren. In afwachting van retourlading zullen zij dus ook langdurig gratis parkeervoorzieningen zoeken en geen gebruik maken van betaalde voorzieningen. Dit zal mogelijk een extra druk leggen op bedrijventerrein Hanzepoort.
• Nieuw rijtijdenbesluit
Met ingang van 11 april 2007 gaat een nieuwe Europees regeling in: chauffeurs mogen over een periode van 26 weken gemiddeld niet meer dan 48 uur per week rijden (met een maximum van 60 uur per week). Deze ontwikkeling zal over het algemeen leiden tot kortere ritten. Dit betekent dat Europese verplaatsingspatronen zullen wijzigen en meer parkeerfaciliteiten aangeboden moeten worden. Deze ontwikkeling is voornamelijk van invloed op de vluchtstrookproblematiek.
• Welvaartsverbetering
Een toename van de handel met Oost-Europa zal op termijn leiden tot betere leef- en arbeidsomstandigheden van de Oost-Europese chauffeurs. Dit zal ertoe leiden dat chauffeurs meer te besteden hebben.
De toekomstige ontwikkelingen op Europees niveau hebben tot gevolg dat:
- de parkeerproblematiek op verzorgingsplaatsen langs de A1 zal blijven toenemen;
- de Hanzepoort-problematiek op (zeer) lange termijn geleidelijk aan zal afnemen, omdat chauffeurs meer te besteden hebben en de logistieke planning van Oost-Europese verladers zal verbeteren.
Oplossingsrichtingen
Op grond van de uitgevoerde probleemanalyse is een tiental oplossingsrichtingen gedefinieerd. Naast een korte toelichting wordt het probleemoplossend vermogen van iedere oplossingsrichting geschetst.
1. Afzetten vluchtstrook
Het volledig afzetten van de vluchtstrook en al het verkeer doorsturen naar Duitsland leidt tot een verbetering van de verkeersveiligheid, omdat vluchtstrookparkeren onmogelijk wordt gemaakt. Echter, het feitelijke probleem (te weinig parkeercapaciteit op zon- en feestdagen) wordt niet opgelost. Ook biedt deze oplossing geen soelaas voor de Hanzepoort.
Kortom: Effectieve oplossing voor het vluchtstrookparkeren, maar parkeerdruk op verzorgingsplaatsen neemt verder toe. Ook eerder gelegen verzorgingsplaatsen zullen volstromen en er zijn mogelijk ongewenste effecten op het onderliggend wegennet.
2. Afzetten rechterrijstrook
Het afzetten van de rechterrijstrook lost het probleem van het ‘vluchtstrookparkeren’ niet op; het bestrijdt de negatieve effecten van het probleem. De oplossing voorkomt dat de verkeersveiligheid in het geding raakt door mogelijke ontmoetingen tussen langzaam rijdend of stilstaand vrachtverkeer en snel passerend autoverkeer. Het voorkomen van deze ontmoetingen wordt gerealiseerd door het vluchtstrookparkeren te gedogen en de rechterrijstrook van de A1 te gebruiken als veilige tussenruimte. Ook de veiligheid op verzorgingsplaatsen wordt verbeterd doordat de parkeerdruk wordt verlaagd (meer vrachtwagens parkeren op vluchtstrook) en dit maakt de terreinen weer bereikbaar voor hulpdiensten.
Kortom: geen aanpak van het probleem, maar bestrijding van de negatieve effecten van het probleem. De effecten kunnen, bij voldoende capaciteit, voor 100% worden aangepakt.
3. Betere benutting verzorgingsplaatsen noordzijde A1
Een betere benutting van verzorgingsplaatsen aan de noordzijde van de A1 kan de parkeer- en vluchtstrookproblematiek op zondagavond grotendeels of zelfs volledig doen verdwijnen. De oplossingsrichting is echter ongeschikt voor de problematiek op Duitse feestdagen; de benuttingsmogelijkheden zijn onvoldoende toereikend, gezien het grootschalige aanbod. Ook voor de Hanzepoort-doelgroep biedt dit geen oplossing.
Kortom: aanzienlijke/volledige verlichting van de zondagavondproblematiek, slechts een geringe invloed op de problematiek tijdens Duitse feestdagen en geen mogelijkheden tot verlichting van de Hanzepoort-problematiek.
4. Dynamisch parkeerverwijssysteem
Deze oplossingsrichting leidt tot een betere benutting van de eerder gelegen verzorgingsplaatsen langs de A1 en eventueel A50. Dit kan een bijdrage leveren aan de zondagavondproblematiek en de Duitse feestdagenproblematiek verlichten. Voor de Hanzepoort-problematiek is dit geen oplossing.
Kortom: aanzienlijke/volledige verlichting van de zondagavondproblematiek, slechts een geringe invloed op de problematiek tijdens Duitse feestdagen en geen mogelijkheden tot verlichting van de Hanzepoort-problematiek.
5. Telematicagestuurde parkeerplaatsen
Het herinrichten van de verzorgingsplaatsen door middel van een telematicasysteem verhoogt de parkeercapaciteit van verzorgingsplaatsen.
Kortom: aanzienlijke/volledige verlichting van de zondagavondproblematiek, slechts een geringe invloed op de problematiek tijdens Duitse feestdagen en geen mogelijkheden tot verlichting van de Hanzepoort-problematiek.
6. Benutting van parkeerterreinen op het onderliggend wegennet
Deze vorm van benutting is geen structurele oplossing en kan de problematiek op Duitse feestdagen slechts in beperkte mate oplossen. Afhankelijk van de aard van verschillende terreinen en de afspraken die hierover worden gemaakt met betrokken partijen, kan deze oplossingsrichting het parkeren op de vluchtstrook voor een (groot) deel oplossen.
Kortom: aanzienlijke/volledige verlichting van de zondagavondproblematiek, slechts een geringe invloed op de problematiek op Duitse feestdagen en nauwelijks invloed op Hanzepoort-problematiek.
7. Uitbreiding huidige A1-verzorgingsplaatsen
Het uitbreiden (herinrichten en/of daadwerkelijk uitbreiden) kan de druk, op met name de zondagen, verlichten. Echter, voor de Duitse feestdag-problematiek is dit ontoereikend.
Kortom: aanzienlijke/volledige verlichting van de zondagavondproblematiek, slechts een geringe invloed op de problematiek tijdens Duitse feestdagen. Nauwelijks/geen invloed op Hanzepoort-problematiek.
8. Aanleg grootschalig parkeerterrein
De aanleg van een grootschalig parkeerterrein kan de parkeerdruk op verzorgingsplaatsen langs de A1, op reguliere zondagen, voor langere termijn volledig aanpakken. Voor de dagen waarop een rijverbod geldt in verband met een Duitse feestdag is de parkeerproblematiek grootschaliger. Een aantrekkelijk parkeerterrein heeft mogelijk een aanzuigende werking, waardoor nog meer vrachtwagens een parkeerplek zullen zoeken op dit parkeerterrein, in plaats van een eerdere rustplek op het traject. Een nieuw terrein kan de Hanzepoort-problematiek minimaliseren, omdat een laagdrempelig terrein aantrekkelijk is voor chauffeurs die nu geparkeerd staan op de Hanzepoort.
Kortom: 100% aanpak van de parkeerproblematiek op zondagavond, maar geen volledig resultaat op de Duitse feestdagen. De mate van probleemverlichting hangt enerzijds af van de parkeercapaciteit van het nieuwe terrein en anderzijds van de mate waarin het nieuwe terrein een aanzuigende werking heeft op de parkeerbehoefte van vrachtwagenchauffeurs, voor de regio Twente. Een nieuw ‘laagdrempelig’ parkeerterrein kan de Hanzepoort-problematiek minimaliseren.
9. Overleg met Duitsland
Een vrijstellingszone vlak over de Duitse grens kan de parkeerdruk op zon- en feestdagen verminderen. De mate waarin de parkeerdruk wordt verlicht op Nederlandse verzorgingsplaatsen is afhankelijk van de restcapaciteit op Duitse verzorgingsplaatsen binnen de vrijstellingszone.
Kortom: verlichting van de zon- en feestdagenproblematiek. De mate waarin het probleem wordt getackeld is onbekend, omdat zowel de grootte van een vrijstellingszone als de restcapaciteit op Duitse verzorgingsplaatsen binnen de vrijstellingszone onbekend zijn.
10. Overleg op Europees niveau
Het overleg over afschaffing van het Duitse rijverbod is een oplossingsrichting voor de lange termijn. Afschaffing van het rijverbod zal ongetwijfeld leiden tot een aanzienlijke verlichting van de gehele problematiek op zon- en feestdagen, maar tegelijkertijd blijft Oldenzaal en strategische rustplek voor vrachtwagenchauffeurs. Toch is een afschaffing van het Duitse rijverbod dé oplossing die het probleem op lange termijn kan oplossen. Ook de Hanzepoort-problematiek zal verminderen zodra de grenzen worden geopend.
Kortom: dé lange termijn oplossing voor de gehele problematiek in de regio. Door een opheffing van het rijverbod kan de algemeen toenemende parkeerdruk worden verdeeld over meerdere landen, meerdere locaties. De druk op de regio Twente vermindert blijvend.
Daarnaast worden nog 3 aanvullende maatregelen voorgesteld:
- het uitdelen van folders met informatie over de parkeerproblematiek en praktische tips;
- Cell broadcasting, dat wil zeggen het ‘bombarderen’ van chauffeurs met een SMS-bericht. Dit verdient nog nader onderzoek, omdat er veel haken en ogen aan vast zitten;
- een radiokanaal om chauffeurs te voorzien van relevante informatie en tips.