logo

Parkeernormen alleen via bestemmingsplan


[23-02-2009]
Artikel dat in december 2008 verschenen is in Parkeer, auteur: Peter Bekkering

Een van de consequenties van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro), die per 1 juli 2008 in werking is getreden, is dat parkeernormen op den duur alleen nog juridisch van kracht zijn via het bestemmingsplan. Dat daaraan nog de nodige haken en ogen zitten, bleek tijdens een minisymposium, dat Mobycon op 5 november organiseerde.

Momenteel kunnen lokale parkeernormen op twee manieren van kracht zijn: via een bestemmingsplan en via een bouwverordening. Daarbij gaat, zo vertelde Alex Roedoe, senior adviseur van Mobycon, het bestemmingsplan altijd boven de bouwverordening. De bouwverordening is in de huidige situatie echter wel een vangnet voor het geval dat parkeernormen in het bestemmingsplan ontbreken.

Daarnaast kan een gemeente nog een parkeerbeleidsplan opstellen, dit heeft echter als beperking dat daarin genoemde parkeernormen geen planologisch-juridische geldigheid hebben, zolang deze niet in een bestemmingsplan of bouwverordening zijn opgenomen.

Parkeernormen in nieuwe Wro
De nieuwe Wro voorziet in eenvoudigere regels. Zo zal de bouwverordening op termijn geen stedenbouwkundige regels – en dus ook geen parkeernormen – meer bevatten. Deze zijn, wanneer de nieuwe Wro volledig is ingevoerd – momenteel is dat nog niet het geval! – alleen juridisch van kracht via het bestemmingsplan. Voor het hele grondgebied van de gemeente moeten bestemmingsplannen worden vastgesteld, die bovendien minimaal elke tien jaar moeten worden geactualiseerd. Roedoe kan nog geen inschatting geven wanneer de nieuwe Wro volledig is ingevoerd: “Dat komt omdat het ministerie van VROM er op het laatste moment achter is gekomen dat het overgangsrecht in de invoeringswet niet goed is omschreven. Daardoor vielen er juridische gaten. VROM heeft nu een reparatiewet in voorbereiding. Voor de gemeenten betekent dit dat er op dit moment nog niets verandert. Uitstel is echter geen afstel!”

Complexe materie

Wanneer parkeernormen in een bestemmingsplan worden opgenomen, moet er naar veel verschillende aspecten worden gekeken: de verschillende functies die in het gebied voorkomen; de stedelijkheidsgraad van het gebied en de keuze om een vaste parkeernorm, een minimumnorm, een maximumnorm of een norm met een bandbreedte te hanteren. Daarnaast moet er aandacht zijn voor de aanwezigheidspercentages; het parkeren op eigen terrein; de rekenmethodes voor de parkeerbalans en de bijzondere schoolsituaties en tot slot een eventuele afkoopregeling.


BOUWVERORDENING ZAL OP TERMIJN GEEN PARKEERNORMEN BEVATTEN

In de nieuwe situatie is het volgens Roedoe raadzaam om deze complexe parkeernormensystematiek in een afzonderlijke beleidsplan (Nota parkeernormen) op te nemen en deze te koppelen aan het bestemmingsplan. In dat beleidsplan, dat wordt vastgesteld door de raad en dat net als een bestemmingsplan regelmatig wordt geactualiseerd, kunnen alle aspecten worden meegenomen ten aanzien van parkeernormen, zonder voor elk afzonderlijk bestemmingsplan de parkeernormensystematiek opnieuw te beschrijven. Vervolgens volstaat het om in het bestemmingsplan een verwijzing naar de nota op te nemen.

De gemeente heeft bij het opstellen van parkeerbeleid altijd de keus tussen vraagvolgend en sturend beleid. In het eerste geval gaat het erom de parkeervraag daar waar nodig te faciliteren, in het tweede geval om niet-noodzakelijk autoverkeer te beperken. Deze keuze heeft consequenties voor het omgaan met parkeernormen. Vraagvolgend beleid gaat veelal uit van ruimere parkeernormen dan sturend beleid.

HANTEREN VAN FLEXIBELE PARKEERNORMEN KAN WORDEN GEKOPPELD AAN AFKOOPREGELING

Het hanteren van flexibele parkeernormen kan worden gekoppeld aan een afkoopregeling (wanneer minder parkeerplaatsen worden gerealiseerd) en een bijdrageregeling (wanneer meer parkeerplaatsen worden gerealiseerd). In het eerste geval betaalt de initiatiefnemer de gemeente voor extra aan te leggen parkeerplaatsen in de openbare ruimte; in het tweede geval betaalt de initiatiefnemer een bijdrage aan de gemeente om de negatieve effecten van meer autoverkeer te compenseren.

Wilt u meer weten over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met Hans Zuiver, Alex Roedoe of Stan van de Hulsbeek via 015-214 75 99.

- - - -