[01-01-2008]
Naast de positieve geluiden over het nieuwe landelijk vervoerbewijs wordt ook kritiek geuit. Reizigersvereniging Rover reageerde furieus op het verzoek van de decentrale overheden aan het ministerie van Verkeer en Waterstaat om de tarieven van de abonnementen extra in prijs te verhogen. De decentrale overheden zouden vals spelen en sjoemelen. Beloofd was immers dat de invoering van de OV-chipkaart in financiële zin niet nadelig uitpakken voor de reiziger. Waarom hebben de decentrale overheden een dergelijk verzoek ingediend? Is er sprake van vals spelen en sjoemelen? Tijd voor een nadere analyse.
Direct naar aanleiding van de berichten van de reizigersvereniging zijn kamervragen gesteld. In haar reactie aan de Kamer, bevestigde de Minister van Verkeer en Waterstaat dat zij een verzoek van de decentrale overheden heeft ontvangen om de zogenaamde 1- en 2-sterbonnementen voor 2008 wat meer in prijs te verhogen dan de andere kaartsoorten. Het gaat niet om een verzoek om tussentijds de tarieven te verhogen, maar om dit te verwerken in de jaarlijkse prijsverhoging van het stad- en streekvervoer. De jaarlijkse prijsverhogingen zijn gerelateerd aan de kostenontwikkeling van openbaar vervoer. De prijsverhogingen zijn bedoeld om het openbaar vervoer betaalbaar te houden. De reiziger draagt een deel bij aan de financiering; de overheid dekt het tekort. De Minister heeft aangegeven het verzoek van de decentrale overheden mee te nemen in haar besluit in mei 2007.
Opbrengstneutraliteit
Met de OV-chipkaart worden reiskosten niet meer met het zonesysteem, maar aan de hand van kilometers verrekend. Die overgang van zone- naar kilometersysteem leidt tot andere tarieven voor de reiziger. De Minister heeft toegezegd dat de reiziger er in financiële zin gemiddeld niet op achteruit gaat. Dat betekent dus dat de ene reiziger financieel voordeel heeft in de nieuwe situatie en de andere reiziger een financieel nadeel. Omdat straks met de OV-chipkaart de tarieven niet meer door de Minister, maar door de decentrale overheden worden vastgesteld, zijn afspraken gemaakt (zie ook Civiele Techniek 2007 nummer ½). Om ervoor te zorgen dat de reiziger er gemiddeld niet op achteruit gaat, committeren decentrale overheden zich aan opbrengstneutraliteit: gelijke reizigerkilometers dienen tot een gelijke opbrengst te leiden.
Terug naar het verzoek van de decentrale overheden om de 1- en 2-sterabonnementen relatief meer in prijs te verhogen dan de andere kaartsoorten. Is het gebruikelijk om de ene kaartsoort meer dan de andere in prijs te verhogen? Op deze vraag kan bevestigend worden gereageerd. De grijze strippenkaart, dat is de kaart die in de voertuigen wordt verkocht, is heeft sinds 2003 dezelfde verkoopprijs. Andere kaartsoorten zoals de blauwe en de roze (voor kinderen, studenten en senioren) strippenkaart zijn jaarlijks in prijs verhoogd. Dit blijkt ook uit grafiek 1. Deze grafiek geeft de reiskosten weer van vijf kaartsoorten bij een verplaatsing van drie zones.

Jaarlijks stijgt dus de ene nationale kaartsoort voor het stad- en streekvervoer meer dan de andere kaartsoort. Is de prijs voor 1- en
2-sterabonnement dan zo laag, dat een prijsverhoging nodig is? Als je uitgaat van beperkt gebruik, zeg alleen voor woon-werkverkeer, dan is de prijs van een sterabonnement zeker niet laag. Stel dat je maandelijks 42 verplaatsingen binnen één zone (21 werkdagen, heen en terug). Een 1-sterabonnement voor een maand kost in 2007 € 35,80. Omgerekend betaal je dan 85 cent per verplaatsing. Met een blauwe strippenkaart kost de verplaatsing 90 cent (twee strippen à 45 cent) per keer. Maak je maandelijks 42 verplaatsingen binnen twee zones dan ben je voordeliger uit met een strippenkaart. Per verplaatsing betaal je met de strippenkaart €1,35 (drie strippen à 45 cent); met een 2-sterabonnement betaal je omgerekend €1,45 per verplaatsing (€60,75 gedeeld door 42). Een 2-sterabonnement biedt meer: je mag in een bepaalde periode onbeperkt reizen in een groter gebied dan twee zones (zie kader). Je kunt namelijk met een 2-sterabonnement ook dagelijks drie zones reizen. Juist bij deze reisafstand is een sterabonnement weer voordeliger dan een strippenkaart (zie grafiek 2).

Op basis van deze analyse lijkt de prijs voor een 1- en 2-sterbonnement niet laag. In praktijk echter wordt met deze twee kaartsoorten veelvuldig gereisd. Vooral in stedelijk gebied is de drempel voor deze kaarthouders laag om met het openbaar vervoer te reizen. Reizigers met abonnementen van drie of meer sterren betalen gemiddeld meer per gereisde kilometer dan reizigers met abonnementen van minder dan drie sterren. Eén van de uitgangspunten van de OV-chipkaart is een eerlijkere verrekening naar de reiziger. Omdat straks met de OV-chipkaart de sterabonnementen met het zonesysteem verdwijnen en reizigers per reis (met desgewenst korting) gaan betalen is een prijsverhoging voor deze twee abonnementen gewenst. Met een tussentijdse verhoging worden de frequente reizigers met een 1- of 2-sterabonnement voorbereid op de toekomstige situatie: de ene reiziger gaat er straks op vooruit; de andere op achteruit.
Wat zijn sterabonnementen?
Sterabonnementen zijn abonnementen voor het stad- en streekvervoer. De toevoeging “ster” duidt op de waarde van het abonnement. Wordt gekozen voor een 1-sterabonnement dan mag de reiziger op vertoon van het abonnement onbeperkt binnen een vooraf gekozen zone reizen. Bij een 2-sterabonnement mag de reiziger binnen de gekozen zone plus in de direct aangrenzende zones reizen. Bij een 3-sterabonnement mag in de gekozen zone en het gebied van twee zones rondom dat gebied gereisd worden. De sterwaarden bestaan in diverse waarden, variëren van 1 tot en met 6. Ook bestaat er nog een n-sterabonnement waarbij men onbeperkt door alle zones van Nederland mag reizen. Sterabonnementen kennen een geldigheid van een week, een maand of een jaar. Voor senioren (65+) en jongeren (18-) bestaat een gereduceerd tarief. Voor meer informatie over sterabonnementen en tarieven zie www.vbn-bv.nl.
Voor vragen over dit artikel kunt u contact opnemen met senior adviseur Rene Borsje, tel: 038-4225780 of via e-mail.