logo

Naar een volledig toegankelijke openbare ruimte


[23-10-2007]
Martijn van der Leur en Joost Kleinhaarhuis - adviseurs bij Mobycon - zijn geïnterviewd voor magazine Straategie (september 2007)


Het lijkt een nobel streven: voor uiteenlopende verkeersdoelgroepen aparte voorzieningen aanbrengen in de openbare ruimte. Allemaal een eigen plek in het ontwerp en zo nodig specifieke maatregelen per doelgroep. Het is echter strijdig met de ontwerpershandleiding, mede opgesteld door het ministerie van Verkeer en Waterstaat, waarin wordt gepleit voor een inrichting van de openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk is. Juist zo min mogelijk gebruik maken van aparte voorzieningen voor aparte doelgroepen, maar kiezen voor integrale toegankelijkheid via een doordacht ontwerp. Precies datgene wat ing. Martijn van de Leur en ing. Joost Kleinhaarhuis bepleiten en beogen te bereiken met een gezonde portie verstand, creativiteit, samenwerking tussen disciplines en vrije interpretatie van richtlijnen.

Uiteraard moet rekening worden gehouden met doelgroepen. De schoolkinderen en hun veilige fietsroute, de ouderen met voldoende brede trottoirs voor de rollators en verlaagde trottoiropgangen, visueel gehandicapten die gidslijnen verwelkomen, de voetganger, fietser, het winkelend publiek, de automobilist, iedereen moet toegang hebben tot die openbare ruimte. "Het lastige van de openbare ruimte is dat iedereen er gebruik van maakt, maar dat 'iedereen' niet in een doelgroep te vangen is. Ontwerpers zullen dus steeds naar de diverse doelgroepen moeten kijken, zonder uit het oog te verliezen dat het uiteindelijk om het totaal van die doelgroepen gaat bij een inrichting. Dat vraagt om het zich verplaatsen in alle gebruikers. Dat vraagt ook om samenwerking tussen verschillende disciplines. Het kan niet zo zijn dat een verkeerskundige vanuit zijn vakkennis en richtlijnen de inrichting bepaalt. Of de landschapsarchitect die een mooi plaatje wil. Of de stedenbouwkundige die naar doorstroming en parkeerplaatsen kijkt. Als je sectoraal op doelgroepen gaat ontwerpen, weet ik een ding zeker: de ruimte zal niet voor iedereen toegankelijk zijn," stelt senior adviseur Martijn van de Leur van Mobycon.

Mobycon (voorheen Diepens en Okkema) is onder andere betrokken geweest bij het opstellen van het praktijkboek 'Toegankelijkheid openbare ruimte' van CROW. Als onafhankelijk adviesbureau probeert Mobycon projecten in openbaar vervoer en buitenruimte te sturen richting integraal ontwerp, leidend tot een openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk is. En dat met zo min mogelijk specifieke, kostbare ingrepen. Dat begint door stedenbouwkundigen en verkeerskundigen in het beginstadium van het proces nauw te laten samenwerken. Dit kan kostenbesparingen opleveren doordat hiermee aanpassingen na de realisatie van de plannen kunnen worden voorkomen. Feitelijk alle betrokken vakgebieden kijken op een andere manier naar de openbare ruimte en zouden hun kennis moeten delen. "Samenwerking blijkt voortreffelijk te werken, gecompleteerd met communicatie en voorlichting. Want je kunt voor ouderen een toegankelijk trottoir met bushalte aanleggen, je zult hen ook goede informatie over het busvervoer moeten geven, over veilige routes naar voorzieningen en klachten over obstakels moeten verhelpen. Toegankelijkheid van de openbare ruimte betreft niet alleen de fysieke inrichting, maar ook mobiliteitsmanagement. De mensen en voornamelijk de ouderen zijn geholpen bij informatie over de wijze waarop ze de reis van A naar B op de meest efficiënte wijze kunnen uitvoeren (o.a. vervoerswijze, route en tijdstip)."

Spagaat
Als de toegankelijkheid wordt beperkt tot de fysieke inrichting, dan is dat al lastig genoeg vanwege de spagaat tussen een openbare ruimte voor iedereen en aparte voorzieningen per doelgroep. Doelgroepen zitten nogal eens in elkaars vaarwater. Bredere trottoirs en fietspaden gaan ten koste van de rijbaan- en parkeerruimte. Kinderen met skeelers schrikken ouderen af. Wat te denken van de langzame scootmobiels op fietspaden/wegen of rollators op het smalle voetpad. Gestalde fietsen worden obstakels voor slechtzienden. En zo zijn vele voorbeelden van conflicterende doelgroepbelangen op te sommen. Adviseur Joost Kleinhaarhuis: "Het is logisch om bij de inrichting allereerst naar de hoofdgebruikers te kijken. Prima. Maar de blik moet breder zijn. Als je alleen afgaat op de richtlijnen voor een fietspad, kom je misschien ruimte tekort voor dat voetpad waar die mevrouw met de kinderwagen wil lopen. Er zijn een heleboel richtlijnen. Die worden vaak als wetgeving ervaren. Maar je zult ze zodanig moeten interpreteren dat uiteindelijk iedereen zijn plek in die openbare ruimte krijgt. Afwijken van een richtlijn is niet fout. Sterker, een richtlijn mag de creativiteit niet verstarren of een probeersel tegenhouden. Om het wat uitdagend te zeggen: men moet zich bijvoorbeeld niet blindstaren op een richtlijn voor blinden en slechtzienden."

Gezond verstand en creativiteit zijn ingrediënten die nodig zijn bij dat integrale ontwerp en de algehele toegankelijkheid van de openbare ruimte. Kleinhaarhuis vervolgt: "Het kan ook helpen om niet de stedenbouwkundige of verkeerskundige maatregel centraal te stellen bij een inrichtingsplan, maar een breder thema zoals toegankelijkheid of mobiliteit. Op die manier ga je een inrichtingsvraagstuk anders benaderen. Geen standaardoplossing vanuit de vakdisciplines, geen richtlijnen voor elke doelgroep, maar een oplossing zoeken voor een thematisch vraagstuk. Het sluit aan op de onderzoeken die wij houden naar bijvoorbeeld looproutes en verkeersstromen. Een route met obstakels is voor een oudere vrouw met twee zware tassen in de hand lastiger dan een ontwerper heeft voorzien. Je zult moeten nadenken hoe mensen, jong en oud, een openbare ruimte gebruiken en ervaren."

Recht op toegankelijkheid
Het komt neer op het gezamenlijk rond de tafel gaan zitten. Martijn van de Leur: "Iedereen heeft recht op toegankelijkheid van de openbare ruimte en heeft recht op mobiliteit. Een deel van de oplossing ligt in de fysieke inrichting van de openbare ruimte. Een ander deel in communicatie, voorlichting, gedragsbeïnvloeding et cetera. Dat zijn geen twee aparte werkvelden. Zo zou een manager openbare ruimte misschien welkom zijn. Een tussenpersoon die al die vakdisciplines onderling kan schakelen. Sommige disciplines bestaan meer dan honderd jaar, maar ik heb de indruk dat ze steeds verder uit elkaar groeien. Een goed voorbeeld hiervan is de Drevenstudie in Almere. Door een strikte scheiding tussen het autoverkeer en de langzaam verkeerroutes en andere publieke ruimtes bleken de automobilisten zich moeilijk te kunnen oriÎnteren. Mobycon is bij dit project betrokken geweest om schetsontwerpen te maken van het toekomstig profiel met als doel om de directe omgeving van de Dreven in het ontwerp mee te nemen, zodat het geheel beter op elkaar aansluit. We hopen dat ontwerpers en andere partijen bij de openbare ruimte veel gerichter gaan nadenken. Het zou de toegankelijkheid van de openbare ruimte ten goede komen."



- - - -