logo

Massale dierensterfte in het verkeer


[21-01-2008]
Artikel dat op 20 januari is verschenen in De Telegraaf; auteur: Bert J. Woudenberg.

Er zijn ruwe schattingen dat jaarlijks tussen de vijf en tien miljoen dieren worden doodgereden op de wegen in ons land. Het gaat om een bonte verzameling dieren, waaronder zeer grote aantallen vogels. Met hekken, borden, (knipper)lichten, wildroosters, diervriendelijke bermen en wildpassages over en onder de weg (ecoducten) wordt geprobeerd die massale dierensterfte in het verkeer te beperken. Maar wat zouden weggebruikers eigenlijk zelf kunnen doen om meer dieren te laten overleven?

Dieren zijn net mensen als het gaat om de gevaren die ze in het verkeer lopen. Vooral katten, konijnen, egels, hazen, fazanten, eenden, duiven, meeuwen en talrijke andere vogels worden vaak doodgereden. Het zijn alleen de langs de weg ‘dinerende’ roofvogels die dat niet erg vinden.

Wild
Onder de dieren die elk jaar door het autoverkeer het loodje leggen bevinden zich onder meer twee miljoen vogels en 200.000 tot 300.000 egels. Verder worden alleen al op de Veluwe jaarlijks tussen de 225 en 700 wilde dieren aangereden.
Meestal zijn dat reeën en zwijnen (100 tot 340) die de weg als ‘voedsellint’ zien, maar ook edelherten (10 tot 45) en damherten (minder dan 10). Volwassen edelherten (mannetjes) wegen gemiddeld 200 kilogram en wilde zwijnen ongeveer de helft. Bij een aanrijding kunnen ze over de motorkap door de voorruit naar binnen komen.
Een rigoureuze maatregel om de kans op ongevallen met wild te verminderen is bijvoorbeeld het beperken van de wildstand, zoals in duinen tussen Noordwijk en IJmuiden, op de Veluwe (waar 4.000 tot 6.000 zwijnen ook voor verkeersonveilige situaties zorgen) en in de provincies Groningen, Friesland en Limburg.
Maar om het wild meer leefruimte te geven worden er ook hekken en roosters weggehaald. In die aanpak past eveneens het ontwijken van barrières voor dieren tussen de verschillende natuurgebieden. In ambtelijke taal heet dat ontsnippering en het realiseren van een ecologische hoofdstructuur.

Ecoducten
Intussen zitten de rijksoverheid, provincies en gemeenten niet stil om paal en perk te stellen aan de massale dierensterfte in het verkeer. Zo worden wegbermen diervriendelijk ingericht en gemaaid. Dassen leven langer door speciale tunnels. Wanden weerhouden zwaluwen te laag over de weg te vliegen.
Veilige trekroutes zorgen er voor dat otters niet onder auto’s hoeven te komen. Dassen, marters, salamanders, reeën en andere dieren profiteren van ecoducten (natuurbruggen) als ‘Het Groene Woud’ over de A2 bij Best dat maar liefst 52 meter breed is. Waarschuwingsborden, snelheidslimieten en de helpende handen van vrijwilligers in het voorjaar voorkomen dat automobilisten overstekende kikkers en padden doodrijden.
Bijzonder is dat sinds kort langs de A2 in Limburg nieuwe wildspiegels - een paar spiegeltjes op een staafje - worden beproefd om ongevallen met herten en reeën verder terug te dringen, hoewel het al tientallen jaren de vraag is hoeveel effect ze nu eigenlijk kunnen sorteren.

Tips
Weggebruikers kunnen overigens dieren in het verkeer helpen door:
  • honden aan de lijn te houden;
  • geen etensresten uit de auto te gooien. Muizen komen op het afval af, wat weer kleine roofvogels aantrekt, die vervolgens worden doodgereden;
  • te bedenken dat na het oversteken van een wild dier er nog één kan oversteken. Bij in groepsverband levende dieren wordt het leidende dier altijd door jongere dieren gevolgd;
  • geen aangereden dieren aan hun lot over te laten. Meld aanrijdingen met (wilde) dieren altijd bij de regiopolitie of op de website www.wildaanrijding.nl. Als er schade is moet dat trouwens vaak ook van de verzekering;
  • niet hard te hard te rijden op wegen met veel overstekend wild. Daar staan meestal ook borden en geldt er een snelheidsbeperking van 60 km/u of lager. Ook slimme navigatiesystemen zouden automobilisten als ze op ‘wildrijke’ wegen rijden kunnen gaan waarschuwen.

- - - -