Een column door Pieter van Vliet (op persoonlijke titel).
1 januari 2003 is formeel de eerste fase van Duurzaam Veilig afgesloten. Tot 1 september kunnen nog declaraties met de bijbehorende paparassen worden ingediend bij de regionale directies van rijkswaterstaat. Hoewel de eindevaluatie nog moet worden opgesteld, kan nu al ? op basis van tussentijdse evaluaties - worden gesteld dat door alle wegbeheerders hard is gewerkt aan de uitvoering van het Startprogramma Duurzaam Veilig. Het aantal 30- en 60 km-gebieden is sterk uitgebreid, Bromfiets op de Rijbaan en Voorrang voor fietsers van rechts zijn ingevoerd. En zeker niet op de laatste plaats: nagenoeg elke wegbeheerder heeft zijn wegen op papier gecategoriseerd. Behalve over een chronisch tekort aan financi? middelen, waren er nauwelijks wanklanken te horen. Sterker nog, men wil graag doorgaan met Duurzaam Veilig.
Formeel had nu de tweede fase van Duurzaam Veilig moeten starten. De plannen hiervoor lagen vorig jaar al klaar. Alle provincies en kaderwetgebieden hadden in regionale rapportages aangegeven hoe zij de beoogde regionale doelstellingen voor 2010 konden realiseren en met welk budget. De claim van 2,3 miljard ? bij de ICES was als ? van de weinige claims door het Centraal Planbureau als 100% robuust beoordeeld. Dat betekent dat investeren in verkeersveiligheid niet alleen leidt tot minder verkeersslachtoffers en menselijk leed maar ook tot een reductie van maatschappelijke kosten als gevolg van de verkeersonveiligheid op de Nederlandse wegen. Het maatschappelijk rendement is dus hoog.
Echter de verslechterde economische situatie, zowel nationaal als mondiaal, heeft ertoe geleid dat de beschikbare budgetten bij de ICES zijn verdampt. Twee kabinetsformaties in een korte tijd en weer een nieuw Nationaal Verkeers- en Vervoersplan in de maak, maken het nu even onduidelijk welke koers zal worden gevaren. Duidelijk is wel dat men door wil gaan met Duurzaam Veilig. Maar in welke vorm en met welke intensiteit zal afhangen van de prioriteiten die het nieuwe kabinet zal gaan stellen. In de begroting van het ministerie van Verkeer en Waterstaat staat nu voor de periode 2004 ?2010 een bedrag gereserveerd van 343 miljoen ?. Dit bedrag is, inclusief de eigen bijdrage van de decentrale overheden, volstrekt onvoldoende om de oorspronkelijke doelstellingen van 30% minder verkeersdoden en 25% ziekenhuisgewonden voor 2010 binnen bereik te brengen.
Toch is het niet in belang van de verkeersveiligheid om op lokaal en regionaal niveau nu de werkzaamheden stil te leggen. De interim-regeling Duurzaam Veilig maakt het mogelijk te blijven investeren in verkeerseducatie, voorlichting en infrastructuur. Daarnaast is het ook mogelijk andere geldstromen te benutten, zoals beheer en onderhoud, de aanleg en uitbreiding van wegen en de ontwikkelingen van ruimtelijke plannen. Jaarlijks worden hier vele miljarden in ge?esteerd. Door de DuurzaamVeilig-principes als uitgangspunt te hanteren bij de uitwerking van de plannen kunnen kostbare verkeersveiligheidsmaatregelen achteraf worden voorkomen en kan gewerkt worden aan een blijvende en dus duurzame verbetering van de verkeersveiligheid op de Nederlandse wegen.