[01-09-2002]
De gemeente Amersfoort vindt parkeerbeleid essentieel voor het economisch ontwikkelingsbeleid van gebieden, locatiebeleid en verkeer- en vervoersbeleid. Parkeerbeleid en -normen worden gezien als belangrijke mobiliteitssturende instrumenten. Met de toenemende bereikbaarheids- en parkeerproblematiek is daarom besloten om een sturend beleidsdocument voor nieuwe ruimtelijke projecten en plannen op te stellen. Daarnaast zag de gemeente kans te anticiperen op de voornemens uit het NVVP. Doel is parkeernormen vast te stellen om voor de komende jaren in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien en waar mogelijk de bereikbaarheid en leefbaarheid te waarborgen.
Vooraf werden vijf beleidsambities geformuleerd:
- Gebiedsgericht werken met parkeernormen om
aanwezige en additionele parkeercapaciteit bij
bedrijventerreinen en woonwijken optimaal te benutten;
- Accent op ?groeisectoren? qua bedrijvigheid (kantoren en
detailhandel. Daar kan parkeerbeleid het meeste
mobiliteitseffect sorteren. Zorg in woon- en werkgebieden
voor 'parkeren op maat'.
De parkeernormen moeten vooral sturen op belangrijke
bereikbaarheidslocaties voor kantoren en detailhandel;
- Het onder voorwaarden introduceren van flexibiliteit door
middel van een minimum- en maximumnorm, omdat de
normen uit het verleden (o.a. ABC-parkeernormen) als
'star' worden ervaren;
- Vergroten van de rol van de fiets binnen de
parkeernormering door het invoeren van
fietsparkeernormen;
- Stimuleren van vervoersmanagement bij bedrijven
Benutten van parkeercapaciteit op toekomstige
transferpunten als stadsrandparkeerplaatsen, transferia
en P+R-terreinen.
Parkeren en bedrijven
Bedrijfsactiviteiten zijn er in allerlei maten en vormen. In de nota worden bedrijven gedefinieerd als werkgelegenheidsvoorzieningen met vijf of meer arbeidsplaatsen. Onderwijs- en recreatievoorzieningen vallen ook onder voorzieningen met bedrijfsactiviteiten.
Voor nieuwe bedrijven hanteert Amersfoort een indeling in vier typen bedrijfsactiviteiten. Het eerste type bestaat uit kantoren, waarbij onderscheid wordt gemaakt in kantoorgedeelte met en zonder baliefunctie voor particuliere bezoekers. Ten tweede is er de detailhandel, bestaande uit winkels en andere direct consument gerichte dienstverlening.
Openbare gebouwen en voorzieningen, zoals scholen, gezondheidszorggebouwen, schouwburgen en bibliotheken zijn het derde type bedrijfsactiviteit. De laatste categorie bestaat uit industrie, bouw en transport.
Het parkeerbeleid heeft zich voornamelijk gericht op de twee typen bedrijfsactiviteiten met een hoge arbeids- en bezoekersintensiteit: kantoren en detailhandel. Bij kantoren en detailhandel is sprake van een hoog autoratio (aantal auto's in het woon-werkverkeer per 100 werknemers). Ook neemt het aantal kantoren en kantorenlocaties op congestiegevoelige locaties voor het autoverkeer in Amersfoort sterk toe. Voor de overige typen activiteiten ligt de arbeids- en bezoekersintensiteit over het algemeen lager en loopt het mobiliteitspatroon sterk uiteen. Het beleid voor deze activiteiten richt zich niet op de maximale vraag naar parkeerplaatsen tijdens korte piekmomenten, maar op de gemiddelde vraag. Het sturende beleid in Amersfoort richt zich vooral op de bedrijfsactiviteiten kantoren en detailhandel.
Bereikbaarheid
Amersfoort beschouwt sturing (inclusief normering) als waardevol voor de versterking van de stedelijke vitaliteit en het mobiliteitsbeleid. Voor kantoren en detailhandel zijn sturende normen voor bedrijfsgericht parkeren op intercity- en knooppuntlocaties opgesteld en zijn de parkeernormen aan vier typen bereikbaarheidslocaties gekoppeld:
Intercitylocaties: uitstekend per openbaar vervoer bereikbaar (maximale loopafstand van 800 meter tot Amersfoort CS);
Knooppuntlocaties: goed per openbaar vervoer bereikbaar (maximale loopafstand van 600 meter tot een Randstadspoorhalte (bijv. Vathorst en Schothorst) of 400 meter tot een halte van Hoogwaardig Openbaar Vervoer en goed per auto bereikbaar (maximale afstand van 2 km tot autosnelweg of 500 meter tot gebiedsontsluitingsweg);
Snelweglocaties: goed met de auto bereikbaar (maximale afstand van 2km tot autosnelweg);
Overige locaties.
Voor kantoren en detailhandel wordt onderscheid gemaakt in: bedrijfsgericht en consumptief parkeren. Voor bedrijfsgericht parkeren zijn sturende autoparkeernormen opgesteld; voor consumptief parkeren normen op basis van ervaringcijfers. De normen voor kantoren en detailhandel zijn flexibel,waarbij sprake is van een minimum- en een maximumparkeernorm. Uitgangspunt is de minimumparkeernorm vanuit het mobiliteitsbeleid. Van deze norm mag op basis van een mobiliteitsprofiel worden afgeweken. De gemeente toetst dit mobiliteitsprofiel, de zogenaamde mobiliteitstoets. De maximale afwijking is de maximumparkeernorm.
De samenhang tussen enerzijds de autoparkeernormen voor kantoren en detailhandel en anderzijds de bereikbaarheidslocaties is als volgt:
Voor een intercitylocatie (NS-station Amersfoort) geldt een zeer stringente basisparkeernorm. Voor een knooppuntlocatie, zoals het NS-station Schothorst of de toekomstige RSS-stations en HOV-haltes, geldt een stringente minimumparkeernorm. Voor een snelweglocatie geldt een ruimte autoparkeernorm en voor de overige locaties gelden gemiddelde autoparkeernormen.
Fietsen
Een nieuw fenomeen is de fietsparkeernorm. Hierbij is het uitgangspunt dat er voldoende plaatsen bij kantoren en detailhandel zijn of worden gerealiseerd. Ook hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsgericht en consumptief parkeren. Bromfietsen zijn hierin verwerkt.
In tabel 1 is een voorbeeld opgenomen van de parkeernormen voor kantoren op een knooppuntlocatie in Amersfoort.
De minimumparkeernorm voor bedrijfsgericht autoparkeren voor kantoren op een knooppuntlocatie ligt met 0,2 parkeerplaats per arbeidsplaats op de 'oude' landelijke SVVII-parkeernorm voor een B-locatie. De minimumparkeernorm is voor de gemeente het uitgangspunt vanuit haar mobiliteitsbeleid en deze minimumparkeernorm wordt vastgelegd in de bouwverordening. Een vrijstelling van de minimumparkeernorm is alleen mogelijk als door de initiatiefnemer met een mobiliteitsprofiel kan worden aangetoond dat er meer parkeerplaatsen dan de minimumnorm noodzakelijk zijn en de gemeente het mobiliteitsprofiel in haar toets als correct beoordeelt. Vrijstelling is mogelijk tot aan de maximumparkeernorm en tegen een financi? bijdrage.
Indien een initiatiefnemer voor kantoren en detailhandel op intercity- en knooppuntlocaties meer parkeerplaatsen wenst dan de minimumparkeernorm voor bedrijfsgericht parkeren, dienen drie stappen te worden doorlopen.
De initiatiefnemer moet een mobiliteitsprofiel opstellen met daarin de verwachte vervoersmodaliteit van en naar het project, de maatregelen ter bevordering van de duurzame vervoerswijzen en het gewenste aantal parkeerplaatsen. Er moet een mobiliteitstoets komen of de gemeente moet een mobiliteitsprofiel beoordelen en een keus maken voor wel of geen vrijstelling van minimumparkeernorm op basis van financi?, ruimtelijk-stedenbouwkundige, milieu- en verkeerskundige argumenten. En ten slotte dient een financi? bijdrage te worden gestort voor egalisatie van de reserve voor het parkeerbeleid.
In tabel 2 worden de voorgestelde financi? bijdragen per extra parkeerplaats op een intercity- en knooppuntlocatie voor bedrijfsgericht parkeren weergegeven. De financi? bijdrage zal jaarlijks worden ge?exeerd.
De financi? bijdragen van initiatiefnemers worden in de egalisatie reserve parkeerbeleid ten behoeve van de bereikbaarheid van de desbetreffende locatie geoormerkt, zodat bekend is welke partijen welke bedragen op welk moment hebben gestort. De reserve wordt beheerd door de Sector Stedelijke Ontwikkeling en Beheer (sector SOB) van de gemeente Amersfoort. Jaarlijks wordt via de gemeentebegroting aangegeven op welke wijze deze gelden worden benut. De gelden zullen direct of indirect voor de bereikbaarheid van de betreffende locatie worden gebruikt. De bijdrage is een compensatie om de toekomstige bereikbaarheid van deze locaties per auto, fiets en openbaar vervoer te kunnen waarborgen.
Een vrijstelling voor minder parkeerplaatsen dan de minimumparkeernorm voor bedrijfsactiviteiten wordt in Amersfoort niet toegestaan. Het realiseren van minder parkeerplaatsen dan de minimumparkeernorm kan leiden tot het afwentelen van de parkeerbehoefte op de openbare ruimte (zie ook het voorbeeld in het kader Kantoorlocatie Vathorst).
Parkeren en wonen
Op het gebied van parkeren en wonen zijn leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit sleutelbegrippen in Amersfoort. Door een toenemend autobezit wordt in sommige woongebieden afbreuk gedaan aan de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit door hinderlijk geparkeerde auto's.
Voor parkeernormen in woongebieden in Amersfoort is daarom gezocht naar normen die niet tot lokale parkeer- en leefbaarheidsproblemen leiden, aansluiten bij de parkeerbehoefte per woonwijk, rekening houden met woningbezoek en de ontwikkeling van het autobezit in de komende tien jaar (2000-2010). Het voornemen is om de problematiek in bestaande woongebieden gebiedsgericht aan te pakken en met een parkeernorm per woongebied de kwantitatieve parkeersituatie te verbeteren. De gemeente hanteert geen parkeernormen per woningtype meer.
Voor nieuwe woningen/woningbouwprojecten zijn minimumnormen opgesteld. Deze zijn bepaald op basis van autobezit per wijk, bezoekersparkeren en een verwachte groei van het autobezit tot 2010. Op congestiegevoelige intercity- en knooppuntlocaties geldt de parkeernorm als maximum. In tabel 3 worden de parkeernormen per woonwijk in Amersfoort gepresenteerd.
Om de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit in woongebieden te versterken wordt gestreefd naar collectieve parkeervoorzieningen in de openbare ruimte en zoveel mogelijk parkeren op eigen terrein bij de woning. Het is niet meer vanzelfsprekend dat elke bewoner een eigen en gratis parkeerplaats in de openbare ruimte voor de deur heeft. Bundeling van parkeerplaatsen kan plaatsvinden op maaiveldniveau of in gebouwde parkeervoorzieningen en kan leiden tot een optimale benutting van ruimte en parkeerplaatsen. Onduidelijke voorzieningen als carports of tuinparkeerplaatsen in woongebieden op eigen terrein worden hierbij niet als reguliere en volledige voorzieningen beschouwd.
Ten aanzien van (brom)fietsparkeren bij de woning geldt de formulering vanuit het Bouwbesluit van 1991: elke woning moet beschikken over een afsluitbare bergruimte waarvan de vloeroppervlakte tenminste 6,5 procent van de gebruiksoppervlakte van de woning bedraagt met een minimum van 3,5 m2. De breedte moet minimaal 1,5 meter zijn en de hoogte 2,1 meter.
Een voorbeeld van de toepassing van de nota en haar parkeernormen voor een woonlocatie in Amersfoort is te vinden in het kader over het nieuwe woonproject in Hoogland.
Implementatie
Voor de implementatie gaat de gemeente invulling geven aan een interdisciplinair serviceteam om nieuwe ruimtelijke projecten en mobiliteitsprofielen te kunnen beoordelen. Hierin zullen de disciplines bouw- en gebruikerskwaliteit, economische ontwikkeling, grondzaken, kaders- en opdrachtverlening, verkeer/parkeren en volkshuisvesting zijn vertegenwoordigd. Vanaf de eerste planontwikkeling zal het team een rol vervullen, waarbij in overleg duidelijke afspraken over bijvoorbeeld parkeernormen kunnen worden gemaakt.
Met de komst van de nieuwe nota moet de gemeentelijke bouwverordening worden aangepast en in nieuwe bestemmingsplannen een toelichting op de nota worden gegeven. Hierbij dient de overgangsperiode tussen bestaand en het nieuwe parkeerbeleid conform de nota zorgvuldig te worden uitgevoerd.
Het parkeren bij nieuwe ruimtelijke projecten en plannen voor bedrijfsactiviteiten dient op eigen terrein te worden gerealiseerd. Op basis van een overeenkomst waaruit blijkt dat een bedrijf van parkeerruimte in de omgeving of op afstand (bijv. stadsrandparkeren en transferpunten) gebruik maakt of gaat maken kunnen dergelijke parkeerplaatsen in de parkeerbalans en parkeernormering worden meegenomen.
Veel bestaande problemen kunnen worden voorkomen door een gebiedsgerichte aanpak van parkeren. In Amersfoort wordt daarom een gebiedsgerichte aanpak gestimuleerd door een parkeerbalans per gebied op te stellen in plaats van per project. Deze aanpak kan leiden tot een optimale benutting van schaarse (parkeer)ruimte en verbetering van de bereikbaarheid.
Kortweg
- Amersfoort heeft een parkeerbeleid opgesteld, waarbij
parkeernormen flexibel worden gehanteerd door middel
van een minimum- en maximumparkeernorm voor
bedrijfsactiviteiten.
- Initiatiefnemers van nieuwe kantoren en detailhandel
kunnen via een (financi?) vrijstelling afwijken van de
minimumparkeernormen.
- De fiets is als vervoerswijze ge?roduceerd om bij de
ontwikkeling van ruimtelijke projecten rekening mee te
houden.