menu
menu

duurzaamheid / fiets / Fietsen / fietsstad / Gedragsverandering / Gemeenten / Infrastructuur / Mobiliteitsbeleid

Fietsstad 2018 verkiezing, voer voor een gesprek

Op 16 januari werd de uitslag van de Fietsstad 2018 verkiezing van de Fietsersbond bekend gemaakt. Ik was benieuwd welke gemeente zou winnen, zou Houten weer met de titel naar huis gaan of zouden we verrast worden door een keuze voor Zoetermeer?

De prijs is door Houten in de wacht gesleept en ik feliciteer ze hier van harte mee! Houten heeft en houdt zaken prima op orde en is op diverse fronten een voorbeeld voor planners in binnen- en buitenland. De verkiezing zet de zaken op scherp en dat helpt om politici, beleidsmakers, andere professionals en ook vrijwilligers scherp te houden. Minstens zo belangrijk: de verzamelde data is voer voor gesprek, want wat zijn de verhalen achter de cijfers van de uitslag? En wat zijn de verhalen die niet in de cijfers gevangen werden?

Na de bekendmaking van de uitslag ging ik snel naar de website om van verschillende gemeenten de score op te zoeken. Aangezien ik in Tilburg woon, zocht ik dat als eerste op. “Verdraaid, het zal toch niet waar zijn?” dacht ik. Tilburg kwam niet in de top 100 voor. De stad van het rode Fietspad (1979), de sternetroute (vanaf jaren ’80), de ondergrondse stalling onder de Heuvel in de binnenstad (1996), een hele serie Fietsfeesten door de jaren heen, niet alleen een Fietsersbond, maar ook een Fietsforum dat de gemeente al jaren gevraagd en ongevraagd van advies voorziet. De stad die afgelopen september trots de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van snelfietsroutes in Brabant liet zien aan de bezoekers van het Nationaal Fietscongres. “Hoe ver zijn we gezakt? Hoe is dat mogelijk? En hoe doen we het ten opzichte van andere Brabantse steden?”

Ik vond het opvallend dat grotere steden niet in de top staan. Wat dat betreft heeft Zoetermeer (125.000 inwoners) een opvallend hoge score, echt goed gedaan. In het geval van Tilburg bleek al snel dat vooral de rotondes de stad de das om doen. Tilburg was één van de pioniers op het gebied van rotondes en maakte de keuze om fietsers uit de voorrang te houden. Dit op basis van onderzoek dat uitwees dat dat de veiligste keuze was. Niks mis mee denken veel mensen dan. Maar onder professionals en vrijwilligers ontstond in de loop der jaren een meerderheid met een voorkeur voor fietsers in de voorrang, zodat je minder vertraging hebt. Nu scoort Tilburg op het punt rotondes een 1, de laagst mogelijke score. Dat haalt je gemiddelde natuurlijk flink naar beneden en zorgt er in mijn ogen voor dat je een vertekend beeld krijgt als je puur naar totaalscores kijkt.

Wat gebeurt er als je naar een aantal deelaspecten kijkt? Als je alleen naar de enquêtes van inwoners kijkt en niet naar de objectieve factoren die aan de enquête toegevoegd zijn? Dan blijkt Tilburg met een subtotaal van 16,7 best netjes te scoren. Infrastructuur scoort een nette 4, onderhoud een mooie 4,5, beleving een 3,9 -daar moet aan gewerkt worden- en voor de kwetsbare fietsers (genaamd ‘8-80’) heel netjes een 4,3. Het is een hogere subscore dan Bergen op Zoom (16,5), Breda (16,1) en Eindhoven (15,4) die wel in de top 100 staan. Oss (17,3) staat dan ineens boven genomineerde Etten-Leur (17,1), maar komt nog niet in de buurt van Houten (18,9). Overigens, wat denk jij? Speelt in Houten het jarenlang voeden van een positief beeld over fietsen, fietsers en fietsvoorzieningen ook een rol in die super hoge score? Zoals ik al zei, interessant voer voor een gesprek.

Een laatste punt dat ik wil maken, is dat ik me afvraag welke verhalen uit de verschillende gemeenten nu niet in de cijfers gevangen zijn. Werken aan innovaties die voor gebruikers (nog) niet zichtbaar zijn, lijkt niet in het totaal meegenomen te zijn. En wat te denken van alles wat met mensen zelf te maken heeft, de formele en informele verkeerseducatie? Het succes van het fietsen in Nederland is meer dan de infrastructuur en inrichting van onze steden. Het gaat ook om ouders die ‘gewoon’ hun kinderen leren fietsen, scholen die verkeerslessen geven en al dan niet samen met VVN een praktisch verkeersexamen afnemen, promotiecampagnes en fietsfeesten, de aanwezigheid van lokale laagdrempelige fietsenmakers en fietsverenigingen, fietslessen voor volwassenen en kinderen, fietsinformatiedagen voor ouderen, een ‘fietsbank’ waar mensen in armoede terecht kunnen om in hun basis mobiliteitsbehoefte te voorzien. De bebouwing, het groen en de wegen in de stad zijn het speelveld waar deze activiteiten zich afspelen en het één kan niet zonder het ander (zonder voetbalwedstrijd geen behoefte aan een stadion). Daarom zou ik het mooi hebben gevonden als een aantal van deze aspecten ook was meegenomen en ben ik benieuwd of dat een heel andere top 100 zou hebben opgeleverd.

Heeft de Fietsstad 2018 verkiezing bij jou de behoefte aan een goed gesprek gevoed? Dan hoor ik graag van je!

 

N.B. De pers wilde ook meer weten over de uitslag van de verkiezingen en de positie van Tilburg daarin en schreef ‘Tilburg komt niet in de top 100 fietssteden voor: ‘De stad lijkt stil te staan’ waarin ik een eerste reactie heb gegeven.

Angela van der Kloof

‘Stimuleren van het gebruik van de fiets is een mooi instrument om bereikbaarheidsdoelstellingen te halen en tegelijkertijd bij te dragen aan gezondheid, participatie en de kwaliteit van de leefomgeving.’

Senior adviseur duurzame mobiliteit, fietseducatie & -gedrag
a.vanderkloof@mobycon.nl
(06) 333 056 28

Gerelateerd