[16-02-2007]
Wie kent het niet: de beschuldigende vinger naar dat doorgaande verkeer dat niet thuishoort in ‘mijn’ straat. Kortom, sluipverkeer. De hoeveelheid en aard van het gemotoriseerd verkeer door woongebieden of landelijke gebieden past veelal niet bij de omgeving. Een probleem dat zich op veel plekken voordoet. Het leidt tot een gevoel van onveiligheid – soms zelfs tot ronduit onveilige situaties – en ook hebben bewoners vaak last van geluidshinder en een verminderde luchtkwaliteit. Maar wat kunnen we eraan doen?
Sluipverkeer als schuldige?
De term sluipverkeer roept onmiddellijk het beeld op van (te) hard rijdende automobilisten die zo snel mogelijk van A naar B sjezen zonder oog te hebben voor hun omgeving. In de praktijk is echter niet bewezen dat doorgaand verkeer zich altijd onverantwoordelijker zou gedragen dan niet doorgaand verkeer.
Daarnaast is de vraag welk doorgaand verkeer nou eigenlijk sluipverkeer is. Hiervoor zijn per probleemgebied tal van definities te verzinnen. Is verkeer tussen twee snelwegen sluipverkeer? Geldt dit ook voor verkeer tussen twee provinciale routes? Of is zelfs verkeer door een verblijfsgebied (30 of 60 km/uur-zone) tussen twee gebiedsontsluitingswegen als sluipverkeer te bestempelen? Los daarvan is de vraag of dergelijke definities nog steeds gelden als de reistijd via de alternatieve route structureel langer is dan via de korte (sluip)route.
Kentekenonderzoeken kunnen de rol van de verschillende groepen autoverkeer in beeld brengen en bieden dus een toegevoegde waarde doordat zij de termen doorgaand verkeer en sluipverkeer objectiveren. Verkeerstellingen, snelheidsmetingen, verkeersongevallengegevens en geluidsmetingen geven de ernst van de totale problematiek weer in termen van totale hoeveelheid verkeer en het gedrag van de automobilisten.
Regionale aanpak
Wegen afsluiten of meer toepassen van drempels of versmallingen verhelpt de sluipverkeerproblematiek veelal niet effectief. Vaak leiden dergelijke oplossingen wel tot ingewikkelde discussies over bereikbaarheidseffecten, overlast van aanwonenden en bedrijfsleven, hinder voor andere verkeersdeelnemers, et cetera. De meest voor de hand liggende maatregelen zijn vaak al genomen, dus moeten nieuwe en innovatieve oplossingen worden bedacht.
De nieuwe mogelijkheden doen zich voor als binnen een groter gebied naar het probleem wordt gekeken. Het verkeer verplaatst zich in de meeste gevallen over grotere afstanden. Maatregelen binnen een groter gebied hebben ook invloed op de lokale problematiek van het sluipverkeer.
Een regionale aanpak zou zich moeten richten op een gedragen toekomstbeeld van de functie van wegen en omliggende gebieden in de regio. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Duurzaam Veilig-categorisering en de netwerkprioritering van wegen, zoals in beleidsplannen is vastgelegd. Maar ook ruimtelijke functies van gebieden uit structuur- en streekplannen zijn van belang. Wegbeheerders en overheden moeten vanzelfsprekend samenwerken om een gedragen toekomstbeeld (duidelijke ruimtelijke kwaliteiten en ambities) vast te leggen.
Vanuit het gedragen toekomstbeeld (of verschillende scenario’s) kan worden bekeken welke maatregelen op welke termijn uitvoerbaar zijn. Sommige maatregelen kun je pas nemen als aan bepaalde randvoorwaarden – denk bijvoorbeeld aan alternatieve routes, bouwprojecten of verplaatsing van bedrijven – is voldaan. Zo ontstaat een duidelijk spoorboekje met mogelijke maatregelen.
Combinatie van maatregelen
In veel gevallen kun je constateren dat dé oplossing voor sluipverkeer (nog) niet voor handen is. Een combinatie van inrichtings- en gedragsmaatregelen kan toch op korte termijn een bijdrage leveren aan het oplossen van het probleem. Vanzelfsprekend speelt actieve communicatie over het hoe en waarom van de maatregelen een belangrijke rol in het slagen ervan. Zaken waar Mobycon overigens sterk in is.
Aanpak van sluipverkeer in de praktijk
Mobycon doet op dit moment twee onderzoeken naar het tegengaan van sluipverkeer. Voor de gemeente Midden-Delfland is het onderzoek met name gericht op sluipverkeer door de kern Maasland en via de N468. Voor de gemeente Nieuwkoop onderzoeken we het sluipverkeer door en rond de kern Noorden. Wilt u meer weten over deze onderzoeken en de aanpak van sluipverkeer, neem dan contact op met onze senior adviseur Alex Roedoe (015 – 214 78 99 of a.roedoe@mobycon.nl).
“Sluipverkeer is al jaren een groot probleem voor de dorpskern van Maasland en de aansluitende route door onze gemeente Midden-Delfland. De voor de hand liggende maatregelen op het gemeentelijk wegennet zijn al genomen. Nu is het de vraag of we regionaal afspraken kunnen maken met andere wegbeheerders en betrokken partijen over de toekomstige functie van de route door de gemeente Midden-Delfland. Als dat lukt kan een bijpassend maatregelenpakket worden uitgewerkt dat over een groter gebied effectief het sluipverkeer beïnvloedt. Samen met Mobycon wordt dit regionale proces ingezet.”
Edgar Zaagsma (beleidsmedewerker gemeente Midden-Delfland)
Sluipverkeer als schuldige?
De term sluipverkeer roept onmiddellijk het beeld op van (te) hard rijdende automobilisten die zo snel mogelijk van A naar B sjezen zonder oog te hebben voor hun omgeving. In de praktijk is echter niet bewezen dat doorgaand verkeer zich altijd onverantwoordelijker zou gedragen dan niet doorgaand verkeer.
Daarnaast is de vraag welk doorgaand verkeer nou eigenlijk sluipverkeer is. Hiervoor zijn per probleemgebied tal van definities te verzinnen. Is verkeer tussen twee snelwegen sluipverkeer? Geldt dit ook voor verkeer tussen twee provinciale routes? Of is zelfs verkeer door een verblijfsgebied (30 of 60 km/uur-zone) tussen twee gebiedsontsluitingswegen als sluipverkeer te bestempelen? Los daarvan is de vraag of dergelijke definities nog steeds gelden als de reistijd via de alternatieve route structureel langer is dan via de korte (sluip)route.
Kentekenonderzoeken kunnen de rol van de verschillende groepen autoverkeer in beeld brengen en bieden dus een toegevoegde waarde doordat zij de termen doorgaand verkeer en sluipverkeer objectiveren. Verkeerstellingen, snelheidsmetingen, verkeersongevallengegevens en geluidsmetingen geven de ernst van de totale problematiek weer in termen van totale hoeveelheid verkeer en het gedrag van de automobilisten.
Regionale aanpak
Wegen afsluiten of meer toepassen van drempels of versmallingen verhelpt de sluipverkeerproblematiek veelal niet effectief. Vaak leiden dergelijke oplossingen wel tot ingewikkelde discussies over bereikbaarheidseffecten, overlast van aanwonenden en bedrijfsleven, hinder voor andere verkeersdeelnemers, et cetera. De meest voor de hand liggende maatregelen zijn vaak al genomen, dus moeten nieuwe en innovatieve oplossingen worden bedacht.
De nieuwe mogelijkheden doen zich voor als binnen een groter gebied naar het probleem wordt gekeken. Het verkeer verplaatst zich in de meeste gevallen over grotere afstanden. Maatregelen binnen een groter gebied hebben ook invloed op de lokale problematiek van het sluipverkeer.
Een regionale aanpak zou zich moeten richten op een gedragen toekomstbeeld van de functie van wegen en omliggende gebieden in de regio. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Duurzaam Veilig-categorisering en de netwerkprioritering van wegen, zoals in beleidsplannen is vastgelegd. Maar ook ruimtelijke functies van gebieden uit structuur- en streekplannen zijn van belang. Wegbeheerders en overheden moeten vanzelfsprekend samenwerken om een gedragen toekomstbeeld (duidelijke ruimtelijke kwaliteiten en ambities) vast te leggen.
Vanuit het gedragen toekomstbeeld (of verschillende scenario’s) kan worden bekeken welke maatregelen op welke termijn uitvoerbaar zijn. Sommige maatregelen kun je pas nemen als aan bepaalde randvoorwaarden – denk bijvoorbeeld aan alternatieve routes, bouwprojecten of verplaatsing van bedrijven – is voldaan. Zo ontstaat een duidelijk spoorboekje met mogelijke maatregelen.
Combinatie van maatregelen
In veel gevallen kun je constateren dat dé oplossing voor sluipverkeer (nog) niet voor handen is. Een combinatie van inrichtings- en gedragsmaatregelen kan toch op korte termijn een bijdrage leveren aan het oplossen van het probleem. Vanzelfsprekend speelt actieve communicatie over het hoe en waarom van de maatregelen een belangrijke rol in het slagen ervan. Zaken waar Mobycon overigens sterk in is.
Aanpak van sluipverkeer in de praktijk
Mobycon doet op dit moment twee onderzoeken naar het tegengaan van sluipverkeer. Voor de gemeente Midden-Delfland is het onderzoek met name gericht op sluipverkeer door de kern Maasland en via de N468. Voor de gemeente Nieuwkoop onderzoeken we het sluipverkeer door en rond de kern Noorden. Wilt u meer weten over deze onderzoeken en de aanpak van sluipverkeer, neem dan contact op met onze senior adviseur Alex Roedoe (015 – 214 78 99 of a.roedoe@mobycon.nl).
“Sluipverkeer is al jaren een groot probleem voor de dorpskern van Maasland en de aansluitende route door onze gemeente Midden-Delfland. De voor de hand liggende maatregelen op het gemeentelijk wegennet zijn al genomen. Nu is het de vraag of we regionaal afspraken kunnen maken met andere wegbeheerders en betrokken partijen over de toekomstige functie van de route door de gemeente Midden-Delfland. Als dat lukt kan een bijpassend maatregelenpakket worden uitgewerkt dat over een groter gebied effectief het sluipverkeer beïnvloedt. Samen met Mobycon wordt dit regionale proces ingezet.”
Edgar Zaagsma (beleidsmedewerker gemeente Midden-Delfland)