[16-10-2006]
Samenvatting van het afstudeerwerk van onze junior adviseur Viviane de Groot.
Verkeer en stedenbouw zijn twee beroepsgroepen die zich beiden op hun eigen wijze bezighouden met de inrichting van de openbare ruimte. In de praktijk wil dit nog al eens tegenstrijdigheden opleveren. Daarom wordt er de laatste jaren gezocht naar manieren om deze twee groepen nader tot elkaar te kunnen brengen. Een van de handvatten om deze twee groepen bij elkaar te brengen is het bepalen van de invloed van de ruimtelijke kenmerken op het rijgedrag van automobilisten. Zodat de omgeving de automobilist tot gewenst gedrag kan stimuleren, zonder dat naderhand kunstmatige ingrepen noodzakelijk zijn om het verkeer te remmen.Vanuit het principe ‘Duurzaam veilig’ en het project ‘Verkeersveilige stedenbouw’ wordt getracht beide groepen te wijzen op het nut van pro-actief werken en wordt een aanzet gegeven tot de wijze waarop dit mogelijk is. In het verleden is op verschillende manieren onderzoek gedaan naar manieren om de verkeersveiligheid te bevorderen aan de hand van de omgeving. Uit de literatuur blijkt dat er met name witte vlekken zijn op het gebied van combinaties van ruimtelijke kenmerken. Daarnaast is het meeste onderzoek gedaan door middel van fotoanalyse. Dit geeft een goed beeld van de werkelijkheid; toch bleef altijd de vraag ‘wat als het onderzoek met bewegende beelden was uitgevoerd?’. Dit onderzoek haakt hierop in met onderstaande probleemstelling.
Probleemstelling
Verkeersveiligheidsproblemen hebben meerdere oorzaken. Meestal wordt alleen geredeneerd vanuit de vormgeving van de weg. Deze problemen worden echter niet alleen door vormgeving van de weg veroorzaakt, maar door de vormgeving van de gehele omgeving. In de praktijk is men het er over eens dat er een relatie bestaat tussen de omgeving en de snelheid die wordt aangehouden; het is echter nog altijd niet duidelijk hoe deze relatie exact is. De centrale vraag van dit onderzoek is dan ook: ‘Op welke manier kan met behulp van ruimtelijke kenmerken bepaald gedrag worden opgeroepen?’
Het onderzoek
Aan de hand van beschikbare literatuur is bepaald welke ruimtelijke kenmerken voldoende ruimte gaven om nader te onderzoeken.
Ruimtelijke kenmerken zijn binnen dit onderzoek alle kenmerken die een automobilist vanuit zijn/haar auto kan waarnemen. Als basis is de scheiding van verkeerssoorten gekozen. Op de overgang tussen de verschillende zones dienen de ruimtelijke kenmerken als scheidingselement. Onderstaande kenmerken zijn onderzocht:
- Parkeren langs de weg, in lange en korte parkeerstroken, parkeren over de gehele lengte van de weg of geen parkeren.;
- 4 verschillende dieptes van voortuinen;
- Bomen, een heg, een verhoogd fietspad en markering als scheidingselementen tussen een parkeerstrook en fietspad;
- Heg, gras of niets als scheidingselementen tussen fietspad en voetpad;
- Bomen en lage begroeiing als scheidingselementen tussen voetpad en voortuin.
Om de invloed van de ruimtelijke kenmerken op de snelheid te kunnen onderzoeken is een rijsimulator ontwikkeld in de Desk-CAVE. De Desk-CAVE is een opstelling op de TU/e waarin beelden rondom de participant worden geprojecteerd op drie schermen en op de tafel. In deze CAVE kan men virtueel over een weg rijden door het indrukken van een gaspedaal. In totaal hebben 82 participanten mee gedaan aan het simulator- en belevingsonderzoek.Het simulatoronderzoek levert gegevens waarmee rechtstreeks de invloed van ruimtelijke kenmerken op snelheid kan worden gemeten. Hierbij dienden participanten door 24 verschillende profielen te rijden met een voor hen prettige snelheid. Deze snelheid werd gemeten en opgeslagen voor later gebruik. De participanten kregen zelf alleen tijdens de testrit hun snelheid te zien. Bij de andere profielen diende men aan te geven hoe hard men dacht te hebben gereden na ieder profiel.
Het belevingsonderzoek is gebruikt om te bepalen hoe men de omgeving beleeft en op welke manier dit invloed heeft op het rijgedrag. Hiertoe dienden de participanten nogmaals door de 24 profielen te rijden. Ditmaal was de snelheid niet van belang, wel moest men op de omgeving letten. Na iedere rit hebben de participanten vragen over het bewuste profiel beantwoord.
Conclusies
Met verschillende regressieanalysemethoden is bepaald op welke manier snelheid wordt beïnvloed door de ruimtelijke kenmerken, persoonskenmerken en belevingswaarden. Met deze methoden kan worden voorspeld wat een bepaalde snelheid zal zijn, wanneer bepaalde ruimtelijke elementen worden toegepast. Daarnaast is gekeken naar de kans dat een bepaalde beleving wordt ervaren wanneer bepaalde ruimtelijke kenmerken in het profiel worden toegepast.
Een klein overzicht van de belangrijkste conclusies:
- Parkeren langs de weg heeft een snelheidsverlagende invloed.
- Parkeren overruled andere kenmerken niet, oftewel wanneer in een situatie een snelheidsverlagend element en parkeren (snelheidsverhogend) samen worden toegepast, zal de snelheid niet automatisch hoger liggen.
- Verkleinen van de afstand tussen bebouwing en weg heeft een snelheidsverlagende invloed.
- Tussen een parkeerstrook en fietspad hebben bomen de laagste snelheid tot gevolg.
- Op de scheiding tussen fietspad en voetpad hebben de verschillende geteste elementen geen duidelijke invloed op de snelheid.
- Tussen voetpad en voortuin hebben bomen de laagste snelheid tot gevolg.
- Versmallende en overzichtelijke situaties hebben een hogere snelheid tot gevolg.
- Een inspannende situatie heeft een snelheidsverlaging tot gevolg.
- Het al dan niet ervaren van een bepaalde beleving wordt voornamelijk veroorzaakt door de aan- of afwezigheid van parkeren in het profiel.
Al met al kan gezegd worden dat uit de kenmerken die binnen dit onderzoek zijn gebruikt, parkeren van auto’s en groenvoorzieningen de belangrijkste invloed hebben op de snelheid. Bij de inrichting van wegen is het verstandig aandacht te besteden aan deze elementen, zodat in veel gevallen drempels en andere kunstmatige maatregelen niet meer nodig zijn.
De resultaten uit dit onderzoek kunnen op een tweetal manieren in de praktijk worden gebruikt. Op de eerste plaats geven de conclusies handvatten bij het inrichten van wegen en hun omgeving. Op de tweede plaats kunnen de zogenaamde regressievergelijkingen als voorwaardenscheppende en toetsende methoden worden gebruikt. Door de regressievergelijkingen in te vullen met de elementen die men in bepaalde situaties wil toepassen of die reeds aanwezig zijn krijgt men snel inzicht in de te verwachten snelheid in bepaalde situaties [toetsing]. Ook kan men met de vergelijkingen spelen om te kijken wat de beste elementen zijn om toe te passen in een bepaalde situatie [voorwaardenscheppend].