logo

“Nederland heeft teveel opdrachtgevers in het openbaar vervoer”


[19-06-2008]
Interview met Coen Volp (provincie Gelderland) over zijn visie op het openbaar vervoer in Nederland.

In januari 2008 heeft Mobycon voor provincie Gelderland een excursie georganiseerd naar Frankfurt am Main. Statenleden en gedeputeerden hebben een bezoek gebracht aan de Frankfurtse Verkehrsverbunde. Een leerzame studiereis waar Coen Volp van provincie Gelderland bevestigd heeft gezien dat we in Nederland een scheve verhouding hebben tussen het aantal opdrachtgevers en het aantal opdrachtnemers in het openbaar vervoer. “Nederland heeft teveel opdrachtgevers in het openbaar vervoer. Uiteraard hebben we punten gezien die niet toepasbaar zijn bij ons, maar er zijn wel degelijk zaken die zij duidelijk beter georganiseerd hebben.”

Coen Volp vertelt: “De Verkehrsverbunde is als het ware een soort gemeen-schappelijke regeling voor het openbaar vervoer in een grotere regio (3 miljoen in-woners). De Verkehrsverbunde heeft de know how en regie zelf in handen. De ontwikkelfunctie ligt bij de opdrachtgever. Leerzaam zijn in dat verband de marketing en brandinginitiatieven. Wat me heel erg is opgevallen, is dat de Verkehrsverbunde contracten heeft met wel 80 verschillende vervoerders. Daar is echt sprake van een markt. In Nederland is het wel heel anders gesteld, zo’n 20 opdrachtgevers met maar drie vervoerders. Bovendien krijgen de gemeenten daar een say in de invulling van het openbaar vervoer. Interessant is dat de omliggende gemeenten in de
Verkehrsverbunde evenveel zeggenschap hebben als de grote stad Frankfurt, ‘One man, one vote’. Daar blijkt het goed te werken. In Nederland is een dergelijk organisatiemodel ondenkbaar, hier is het toch vaak zo ‘wie het meeste betaalt, die bepaalt’. Ik ben best benieuwd hoe bestuurlijk Nederland hierover denkt…”

Excursie heeft geleid tot verkenningen
Provincie Gelderland heeft veel aan de excursie gehad. “We bekijken of we met Overijssel kunnen samenwerken volgens een vergelijkbaar model als de Verkehrsverbunde. De omzet en de kennis van de vervoersautoriteiten kunnen daarmee worden vergroot. Synergie met provincie Overijssel zou kunnen leiden tot betere contracten en meer innovaties en meer marketingactiviteiten”, zegt Coen Volp. “Mogelijk dat we met een dergelijke schaalvergroting ook eens kunnen kijken naar de concessiegrenzen. Bij een concessie is altijd sprake van een mix van dikke en dunne lijnen. Mogelijk dat je in een dergelijke samenwerking andere mogelijkheden hebt in concessies en contracten. Ik denk aan een onderscheid tussen contracten in dikke gebieden waarvoor je andersoortige contracten op de markt gaat zetten dan voor de contracten voor de landelijke gebieden waar misschien inkoopcontracten gewoon beter zijn. Bij de dikke contracten kunnen de marktpartijen uitgedaagd worden om met uitgebreidere investeringen te komen waar ook investeringen in de infrastructuur en de vastgoedontwikkeling deel van kunnen uitmaken. De verevening van de opbrengsten van de een en de kosten van de andere soort contracten ligt dan in handen van de ‘Verkehrsverbunde’. Coen Volp gelooft in de verkenning met Overijssel.

Korte termijnacties van provincie Gelderland
Op korte termijn gaat de provincie al aan de slag met een aantal projecten. Het opzetten van een OV-Bureau is er een van. Maar daarnaast gaan we stations bouwen. “Om te beginnen gaan we Hoevelaken maken!”, zegt Coen Volp gedreven. “Maar ook verbeteringen en investeringen op het traject Doetinchem – Arnhem zou ik graag snel realiseren. Door hoge frequenties aan te bieden en de mensen echt van de weg naar het OV te mobiliseren”, vervolgt hij. “Ten slotte zal de provincie investeren op de zeven knelpunten - de Gelderse Zevensprong - zowel in het openbaar vervoer als in de auto.” Met een knipoog licht hij toe: “In 1832 hadden de Gelderse voorvaderen al door waar de knelpunten van 2025 zouden liggen. Daar hebben zij toen de spoorwegen aangelegd waar wij nu alleen nog maar stations en parkeerplaatsen bij hoeven te bouwen om het verkeer van de parallel lopende snelweg met zijn congestieproblemen, af te halen.”

Coen Volp vindt alle modaliteiten even belangrijk. “Het budget voor de auto is naar verhouding natuurlijk groter, maar ook openbaar vervoer en fiets kunnen op aandacht en de nodige investeringen van de provincie rekenen”, zegt hij.

Tip aan minister Eurlings
Over de vraag welke tip hij aan de minister zou willen meegeven hoeft Coen Volp niet lang na te denken: “Vanwege de fileproblematiek zou ik hem willen adviseren in drukke tijden en op veel bezochte locaties ‘spoorboekloos’ te rijden. Daarmee wordt het openbaar vervoer een aantrekkelijker alternatief. Frequentie is een van de belangrijkste factoren in de ogen van de reiziger. Als mensen niet meer hoeven na te denken over wanneer de trein vertrekt maar er op kunnen rekenen dat er over een paar minuten een trein komt, stappen ze al snel over op OV. Bovendien zou ik hem adviseren in te zetten op de robuustheid van de vervoersnetwerken en dan met een zekere voorkeur voor de infrastructuur van openbaar vervoer en rail in het bijzonder. In lijn daarmee zou ik aandacht vragen voor de budgetten voor spoorse doorsnijdingen en overwegveiligheid. “

- - - -